Februari 1944

Winkelhaak
Mien, de boerin waar Betsy die dag werkt, komt gehaast de kamer binnen. De hele ochtend loopt Mien al heen en weer naar haar buurvrouw die op het punt van bevallen staat.
“Je merkt het wel, ik heb deze keer niet veel verstelwerk Betsy. Alleen nog deze overall, van Bertus, met een winkelhaak, kijk. Hij kan die niet missen.”
Betsy ziet, als Mien de mouw onder Betsy’s neus duwt, dat het een flinke scheur is.
“Ik zal die eerst dichtnaaien en dan zet ik er een lapje stof op.”
Betsy buigt zich voorover om uit de mand met restjes stof een geschikt lapje te zoeken.
Mien legt meteen het stapeltje goed dat klaar is weg in de kast. “Dat ziet er allemaal weer netjes uit Betsy.” Tegelijk pakt ze geld uit de grote portemonnee.
“Als je straks die overall klaar hebt mag je van mij naar huis, ben je lekker vroeg thuis.”
Als Betsy even later alles heeft opgeruimd pakt ze haar jas en tas.
“Kom je over twee weken weer?”
“Dat is goed Mien, is het eerder nodig dan hoor ik het wel. Houdoe.”

Jurkjes
Op de fiets bedenkt Betsy welk naaiwerk ze straks thuis kan oppakken. Het is tenslotte nog vroeg in de middag. Eerst maar moeder vragen of zij iets heeft liggen waar haast mee is. Of misschien willen de kinderen van Van Leuken, van aan de overkant van de Rijksweg, nog uit school langs komen om te passen. Hun jurkjes hangen op de hangertjes aan de grote kast in de keuken klaar. Daar zou nog mooi tijd voor zijn. Wie weet, ze ziet dadelijk thuis wel wat het gaat worden. De naaimachine haalt ze in ieder geval niet meer voor de dag.

Onaangename verrassing
Thuis gekomen zet ze de fiets op de voorstal, voorzichtig naast de wasmachine, en loopt vandaar de dorsdeel op. Daar ziet ze broer Jan staan, in gesprek met een groepje mensen. Zij kijken haar allen verschrikt aan.
Jan stottert zelfs een beetje als hij zijn zus ziet. “B-Betsy? Gij al thuis? Wat ben je vroeg!”
Verbaasd bekijkt Betsy het tafereel.
“Loop maar door, moeder is binnen.” Met zijn hoofd maakt Jan een beweging dat Betsy door moet lopen.
In het voorbijgaan ziet Betsy in de gauwigheid Pieta, de zus van de vriendin van Jan. Met naast Pieta drie mannen waarvan er een verkleed is als pater. Betsy kent ze geen van drieën. Wat doen die hier bij hen op de dorsdeel? Zo stiekem. Raar hoor.

Niet welkom
Voordat ze het gangetje naar de keuken inloopt hoort ze Jan hen geruststellen. “Dat is mijn zus Bets, die houdt haar mond goed dicht hoor.”
In de keuken schenkt moeder juist koffie uit in zes mokken.
“Och durske, ik had jou nog helemaal niet thuis verwacht.”
Iedereen voelt zich duidelijk overvallen door Betsy’s vroege thuiskomst. Ze hangt haar jas op en bergt haar tas weg en besluit alleen wat verstelwerk op te pakken. Hier wil ze meer van weten.

Onderduikers
Even later zitten Jan, Pieta én de mannen met moeder aan de koffie rondom de keukentafel. Betsy heeft zich verdekt opgesteld. Weggedoken in de stoel naast het fornuis, onder de grote schouw, valt ze niet op. Zogenaamd druk met naald en draad luistert ze heel gespannen naar wat iedereen te vertellen heeft.

De pater blijkt uit Nijmegen te komen, van het Augustijnenklooster, waar hij kok is. Hij is in Schaijk op zoek naar onderduikadressen en broer Jan helpt hem daar blijkbaar bij. De namen Albers, Weijers en van Dongen komen voorbij. Betsy probeert bij het horen van die bekende namen niet op te kijken.
Er wordt besloten dat één van de mannen, omdat ie bakker is, onderdak bij Bakkerij Cees van Dongen krijgt. Als dekmantel zal de pater daar brood meenemen voor het klooster.

Nadat iedereen vertrokken is haalt Jan opgelucht adem. Voor nu zijn er weer een paar mensen geholpen. Hij gebied Betsy nogmaals hier met niemand over te praten. Tijdens het avondeten doet Jan weer normaal en lijkt het alsof er die middag niks is gebeurd.

22 februari 1944
Betsy stormt, vol van het nieuws dat ze die dag heeft gehoord, de keuken binnen. Het fornuis onder de grote schouw staat vol met pruttelende pannen. Het ruikt er heerlijk. Zus Marie dekt net de tafel waar Betsy, haar zussen, broers en moeder zo kunnen aanschuiven.
“Mam, ma-am! Marie, waar is ons mam? D’r is iets ergs gebeurd!”
“Die is net naar de goei kamer gelopen, die is er zo weer. Wat is er dan?”

Grote ramp
Moeder komt op het tumult af.
“Betske, wat is er aan de hand, wie.., waar…?”
“Niemand van ons mam, maar er is wat gebeurd in Nijmegen.”
Moeders gaat zitten en pakt gelijk haar rozenkrans uit een zak van haar scholk.
“Ze zeggen dat gisteren Nijmegen plat gebombardeerd is. En door de Amerikanen! Omdat ze dachten dat het Duitsland was. Er moeten heel veel doden zijn.”
“Och germ, och germ, mijn zus Kee en haar man Hendrik, hoe zou het met ze zijn? En hun dochters, och germ toch. Als er met hen maar niks gebeurd is.”
Het gejammer gaat door, ze slaat het ene kruis na het andere en prevelt enkele Onze Vaders achter elkaar.

Familie
Als een half uur later iedereen aan tafel zit, bid moeder voor en eindigt zoals al deze oorlogsjaren met een speciaal gebedje voor haar kinderen die buitenshuis werkzaam zijn. Ze vernoemt ze allemaal; Albert, Harry, Dina en Corrie. En nu ook extra de familieleden uit Nijmegen.
Tijdens het eten vertelt Betsy aan de rest van de familie wat er die dag in Nijmegen is gebeurd.
Broer Martien heeft het ook gehoord. “Het moet er heel erg zijn!”
Het geweeklaag van moeder houdt die avond aan totdat ze naar bed gaan.
Nadat Jan als laatste karweitje van de dag naast de kachel een stapeltje aanmaakhout voor de volgende ochtend heeft neergelegd, neemt moeder hem nog even apart.
“Jan, jongen, kan jij de ‘Pater’ vragen of hij bij tante Kee en ome Hendrik langs wil gaan. Om te zien of zij en hun gezin het bombardement hebben overleefd?”

Zwijgen 
Terwijl moeder hierna alle deuren afsluit, vraagt Betsy heel zachtjes aan Jan: “Bedoelt ons mam de ‘Pater’ van pas geleden?”
“Ja,” fluistert Jan, “maar Bets, niet over praten hè.”

Gedichtje, geschreven door Betsy.
ZWIJGEN

Vanaf mijn vijfde jaar leerde ik op school al zwijgen,
braaf de armpjes over elkaar om een prentje te krijgen.
Wist toen niet dat die herinnering zou blijven.

Ook thuis, als één van de twaalf, moest ik dikwijls zwijgen.
Misschien dat ik daardoor al op mijn achtste jaar,
op geheime plaatsen op kladjes stiekem deed schrijven.

Toen de Duitsers op mijn veertiende ons land innamen,
Moest iedereen ongeveer vijf jaar lang met angst aan den lijven
Op zijn woorden letten en veel doen zwijgen.

Ik zie weer die pater met zijn onderduikers staan.
Daar achter op de dorsdeel werd heel geheimzinnig gedaan.
Jan zei dan ook keer op keer: “Bets denk eraan, ZWIJGEN!

Advertenties

Verdikkeme, waarom is vragen toch zo verdomd moeilijk…

Nog één keer vragen
Nog één keer voordat ik er woon
Denk ik
Hoop ik

Ik vind het maar niks
Vind het zelfs afschuwelijk
Anderen om hulp vragen
Omdat ik iets zelf niet kan
Althans, niet alleen

Ik weet het
Er staan direct mensen voor me klaar
Dat is een groot goed
Daar ben ik ze ook erkentelijk voor

Maar de telefoon pakken
Contactgegevens opzoeken
En dan echt bellen
Alleen het idee al
Daar doe ik dus drie dagen over

Maandagochtend
Ik bel
Ik breek
Verdikkeme
‘Een moment’ wurm ik eruit
‘Ben ik weer’ probeer ik een tel later
(met gebroken stem) vrolijk te zeggen

‘Wil en kan je mij helpen?’
‘Tuurlijk’ hoor ik aan de andere kant
Zo simpel kan het zijn

Tot nu toe gered
Voor nu gerustgesteld

Ik ga verder met inpakken
Laad mijn auto vol
Op naar Beuningen
Op naar mijn nieuwe huis

Tot nu toe leeg
Donderdag gevuld met verhuizers
Met mijn vertrouwde meubels

In de auto verzamel ik moed
Voor de volgende stap
Want ik ben er nog niet

Een paar telefoontjes verder
Diepe zucht
‘Was dat nou zo ingewikkeld?’
Zeggen ‘zij’ dan
Ja! Verdomd moeilijk zelfs…

Afhankelijk zijn van is niet fijn
Voel ik me machteloos bij
Ben een zelfstandig type
Wil niet hebben dat de buitenwereld zegt
‘Daar heb je haar weer’

Maar goed
Het gaat ineens een stuk beter
Glimlach breekt door
Voel me dankbaar

Yep, laat de verhuiswagen maar komen!

Lieve groet,
Anneliese

 

Het grote loslaten

De navelstreng is bijna doorgeknipt
Sinds 1 december heb ik me verstopt in een ‘cocon’
Wat vertrouwd was is niet meer
Ik mis, ik mis, ik mis, ik mis…
De vogels, de vliegtuigen, de vrachtwagens
De geur van buiten wonen
Het weidse uitzicht met de vele ganzen, konijnen en hazen
De open ruimte om het huis
De kip en duiven
Het geritsel om het huis
De tractoren
De mensen die voorbij komen, fietsend en wandelend
Het slot van de voordeur

Uitgeput
De eerste vier weken was ik moe, zowel geest én lichaam
Mijn lijf deed zeer
’s Morgens bij het opstaan verrekte ik van de rugpijn
’s Avonds voor de tv deed wederom mijn rug zeer
Ik miste mijn eigen bed, ik miste mijn eigen tv-stoel

Nu zijn er acht weken voorbij
Mijn lijf voelt beter aan
Het is rustiger in mijn hoofd
En wat denk je?
’s Morgens bij het opstaan voel ik geen rugpijn
’s Avonds zit ik ontspannen in die andere stoel voor de tv, zonder pijn

Ik heb buiten, onder de tafel op het terras, een vetbollen-torentje opgehangen
Het bezoek bestaat uit slechts 3 koolmezen, 4 mussen, 1 merel en 2 spechten
Ik mis dan ook de roodborstjes, de groene en bonte spechten, de Vlaamse gaaien, staartmezen, het ijsvogeltje, de boomklevers, de waterkipjes

Foei Anneliese!
Ik roep mezelf terug, want…
Ik heb het hier goed naar mijn zin
Het is anders, het is goed
Het glas was altijd halfvol
Dat is het nog steeds en dat blijft zo
Ik mis een heleboel met eerst, ja
Maar ik kan, wil en moet het omdraaien

Dus… Rijk!
Wat ben ik een bevoorrecht mens
Dat alles wat ik nu mis voorheen heel normaal was
Wat was ik een bofkont
21 jaar heb ik dat alles mogen proeven, voelen, ruiken, beleven
Ik heb daar mogen wonen
Wie dit niet meegemaakt heeft begrijpt me wellicht niet

Gaan jullie daar wonen?
Zo achteraf?
In Limbabwe?
Er is daar zoveel werk!
Jullie zijn altijd bezig!
Het is zo open!
De buren wonen zo ver weg!
Et cetera, et cetera, et cetera

Wat was ik een rijk mens
Samen met Theo
Niet in geld uit te drukken

Dierbare herinnering
Alles wat ik hierboven beschrijf neem ik voor altijd mee in mijn hart
(mág ik voor altijd in mijn hart meenemen)
Hoe uniek!

Ik mis het, ja, heus wel
Maar wel met een grote big smile op mijn gezicht
Morgen ga ik naar de notaris
Over een week ga ik definitief verhuizen
Dan slaap ik weer in mijn eigen bed
Kijk ik tv in mijn oude vertrouwde stoel
Ja, ook dat is rijkdom

Deze woorden
Ik zie het als een navelstreng die mij verbind aan toen
Nog één knip
Op naar nu, op naar morgen!

Liefs, Anneliese

Januari 1944

Kijk goed uit
Het begint net licht te worden als Betsy thuis wegfietst. Het nieuwe jaar heeft tot nu toe veel regen gebracht. De zandwegen hebben hiervan veel te lijden en zitten vol gaten.
Ze probeert op weg naar haar werkadres in het dorp, via de Leghei, Zandstraat en Bossestraat, dan ook goed oplettend de kuilen vol water te ontwijken.

Hendrikus Kasper
Na een dag verplicht thuis zijn is ze blij dat er weer op uit mag. Gisteren was het naast Driekoningen namelijk ook de geboortedag van haar vader, Hendrikus Kasper van der Heijden. Al is hij alweer 10 jaar dood, moeder wil op die dag toch graag iedereen om haar heen hebben. Wie kan komt of blijft die dag thuis. Moeder steekt dan extra kaarsen aan, vergezeld van de nodige gebeden. Voor haar is het niet makkelijk om in haar eentje een gezin van 12 kinderen groot te brengen, zeker niet in deze onzekere oorlogsdagen waar het gevaar continue op de loer ligt.

Doorleren?
Betsy is naaister en op weg naar haar eerste werkadres. Eigenlijk had ze na de lagere school liever doorgeleerd voor schooljuffrouw, maar de mobilisatie en oorlog gooiden roet in het eten. Ze had de keuze: zich verhuren als dienstbode of doorleren voor naaister.
Zo behaalde ze bij de nonnen, “Mariënburg” – Zusters van het Gezelschap van J.M.J., op 3 juli 1940 haar eerste diploma: ‘Lingerie – knippen en naaien’. Twee jaar later volgde diploma ‘Costuum – knippen en naaien’.

Best leuk
Ondanks dat ze in het begin met tegenzin naar haar werk ging, krijgt ze gedurende de oorlogsjaren er steeds meer plezier in. Ze komt op vele plaatsen, niet alleen in Schaijk, het is gevarieerd werk, én overal valt van alles te beleven. Kreeg ze in het begin 1 gulden per dag, inmiddels krijgt ze met haar ervaring en 17 jaren oud 2 gulden 50 wat ze altijd netjes afdraagt aan haar moeder. Maar als ze een kwartje extra krijgt toegestopt, verdwijnt die diep in haar zakken, aangezien ze die mooi voor zichzelf houdt.

De huishoudens waar ze komt hebben allen een flinke kinderschare en de moeders daarvan zien hun kinderen er graag netjes bijlopen. Nou, aan Betsy zal het niet liggen. Kapot gevallen broeken? Versleten boorden? Scheuren in een jurk? Betsy lapt alles weer netjes op.

Eerst vertellen
Vandaag moet ze in de Runstraat zijn.
Daar aangekomen zet ze de fiets op de achterplaats tegen de schuur. Ze ruikt de koffie al maar eerst bekijkt ze de modderschade aan haar kleren. Met haar wanten wrijft ze zo goed en zo kwaad als ze kan de meeste spatten weg. Van onder de snelbinders pakt ze van de pakkendrager haar tas met daarin o.a. haar witte werkschort.
Bij binnenkomst neemt ze plaats aan de keukentafel waar de vrouw des huizes eerst wil weten hoe het met Betsy’s moeder, broers en zussen gaat.

Na de koffie is het hoog tijd om aan de slag te gaan. Met haar schort omgebonden loopt ze naar het kamertje waar de naaimachine klaar staat. Elke keer weer is het een verrassing wat er op zo’n dag voor haar klaar ligt. Een grote stapel verstelwerk? Of lappen stof om nieuwe kleding te naaien?
Intussen wordt er in de keuken in potten en pannen geroerd want op zo’n dag wordt er altijd extra lekker gekookt. Ja, naaisters worden goed in de watten gelegd.

Met Pasen moet iedereen in het nieuw
Betsy glundert bij het zien van de rollen stof die normaal gesproken verstopt op zolder liggen. De opdracht van vandaag is, naast het normale verstelwerk, nieuwe broeken voor de jongens naaien. Al is het pas in april Pasen, voordat ze voor iedereen in dit grote gezin iets nieuws genaaid heeft, moet ze er nu alvast mee beginnen. Broeken, bloesjes en jurken voor kinderen naaien doet ze het allerliefste, iets moois creëren. Ook de restjes stof krijgen van haar een bestemming, zoals bijvoorbeeld een jurkje voor de pop.

Ruilen
Bijna iedereen in Schaijk heeft een eigen moestuin. Groenten, fruit en piepers zijn er voldoende, hier hoeft niemand honger te lijden. Echter alle ‘luxe dingen’ dreigen begin 1944 op te raken. ‘Ruil-materiaal’ is dan erg handig. Zoals de prachtige stof waarmee Betsy die dag mag werken. En de boeren hebben weer voldoende vlees, roomboter en eieren. Iedereen helpt elkaar ermee verder.

Daarnaast krijgen alle huishoudens voedselbonnen. Hoe groter de gezinnen hoe meer bonkaarten, die door het goede leven op het platteland niet altijd nodig zijn. Het verzet, die vele onderduikers helpt, kan ze juist heel goed gebruiken.

Helpen
Naast de normale nieuwtjes hoort Betsy tijdens haar werk veel wat niet voor haar oren bestemd is. Zoals over het verzet, waar onderduikers zitten, wie er in deze oorlog fout is. Het komt ook regelmatig voor dat ze op een van haar werkadressen met mensen aan tafel zit die ze totaal niet kent, die zelfs een vreemde taal spreken. Broer Jan die ook actief mensen helpt, heeft haar op het hart gedrukt dat ‘Horen, Zien en Zwijgen’ in deze oorlogsjaren héél belangrijk is. Hij weet dat ‘ons Bets’ zich daaraan houdt, dat alle geheimen bij haar veilig zijn. Daarom moet ze onderweg, als ze naar huis fiets, wel eens een kleine omweg maken om bij andere huizen een pakketje, waar haar witte schort dan omheen gewikkeld zit, binnen af te geven. De inhoud kent ze niet maar ze kan er wel naar raden.

Tevreden
Genietend van de mooie stof knipt Betsy het eerste patroon uit. Vlijtig met naald, draad en een zoevende naaimachine, ontstaat onder haar handen een fraaie pantalon. Die dag, 7 januari 1944, werkt Betsy zich met plezier gestaag door de opdrachten heen.
Wanneer even later de zoete geur van gekookte pudding haar neusgaten binnendringt, beseft ze maar weer eens dat ze een bofkont is.

Mam

Afgelopen dagen heb ik me gebogen over onderstaande blog waarin ditmaal mijn moeder de hoofdrol heeft.
Waarom zij? Dat zal ik jullie vertellen.
Door haar hoge leeftijd en gebreken is haar wereld een stuk kleiner geworden. Van de mensen om haar heen houdt ze alles bij. Ze geniet, ondanks alle narigheid, van het leven en wil voorlopig nog even op deze aardkloot blijven. Maar ze moet/wil dan wel iets hebben om naar uit te kijken.
Wat? In deze blog vertel ik jullie daar alles over. Let op: Dit is de eerste van een hele serie. Hou deze pagina daarom goed in de gaten!

Oud worden is leuk, maar oud zijn…
Mams lichaam is oud, versleten, ziek en zwak, 92 jaar oud.
Mams geest doet het nog goed, alhoewel ze dat zelf ontkent. Ze kan alles gewoon niet meer zo goed onthouden, doch als ze de tijd neemt weet ze het vaak wél. Wij, de kinderen, vinden haar afgezien van alles super sterk.
Ze woont op zichzelf en denkt er niet aan om het huis, haar vertrouwde omgeving, te verlaten. Op de Kruilier wil ze blijven wonen tot haar laatste snik.
En oh ja, niet onbelangrijk, ze is ook eigenwijs.

Goede zorg
Ze krijgt veel hulp van familie en buurvrouw, de mantelzorg is elke dag aanwezig. Zo krijgt ze op tijd een glaasje fris, een broodje, een kop soep, schone kleren, warm eten. Tevens zorgen zij voor een schone aanrecht, dat ze haar rollator niet vergeet te gebruiken, een geveegde stoep, het snoeien van struiken, het planten van nieuwe coniferen die ze achteraf toch wel erg duur vindt voor, zoals ze zelf zegt, die paar weken dat ik nog leef.

Inleveren
De laatste 2 jaar, vanaf haar 90e verjaardag, gaat het duidelijk minder goed met haar. Ze heeft meer pijn, het eten smaakt haar vaak niet, met als gevolg veel gewichtsverlies. Niet leuk. Om meer sjeu aan dit leven te geven probeert ze elke keer naar iets toe te leven. Dat begon met de geboorte van haar 5e achterkleinkind, Max, in februari 2017. Daarna het overkomen vanuit Canada van haar zus Dora in juni. Ondertussen blijft ze goed op de hoogte van ons wel en wee.

2019
Nu, aangekomen in 2019, is de eerste streefdatum op de kalender 1 februari, de dag dat ik de sleutel van mijn nieuwe huis in Beuningen krijg.
Maar ze heeft meer nodig. In de wandelgangen horen we fluisteren dat tante Dora plannen heeft om in april weer naar Nederland te komen. We wachten af…

Herdenken
In de krant valt mijn oog op een artikel over ‘75 jaar Market Garden’. Wauw, dan is het alweer 5 jaar geleden dat we met ons gezin langs de Rijksweg in Reek de ‘geallieerden’ stonden toe te juichen.
Op dezelfde plek waar mam 75 jaar geleden, op 19 september 1944, ook stond. Een dag die bij mam diep in haar geheugen staat gegrift.
In haar boek “Welkom bevrijders!” verhaalt ze over die dag, de oorlog en de vele avonturen van haar familie en zichzelf.

Market Garden
Op internet zie ik dat er al vele activiteiten staan gepland rondom de komende herdenking van Market Garden. Ik realiseer me dat de mensen die dit hebben meegemaakt, mochten ze nog leven, nu allemaal op zeer hoge leeftijd zijn. Hoeveel zouden er nog over mee kunnen praten?

Ineens krijg ik een idee.

1944
Hoe mooi zou het zijn om jullie, samen met mam, mee terug te nemen naar 1944 met haar verhalen, herinneringen die nu door onze gesprekken naar boven komen.
Elke maand een verhaal, van januari tot en met september, terug in de tijd, terug naar 1944.
Elke keer weer een datum waar mam naar toe kan leven.
En wij nu ook!

Wordt vervolgd!

Lieve groet,
Anneliese

 

Verdi of Breck?

Opgeweckt
Afgelopen zondag werd ik, net als heel Nederland, wakker in een wit wereldje. Voor die dag had ik op de valreep nog een kerstmarkt weten te regelen. Genietend van de mooie natuur om me heen tufte ik in mijn auto even later ‘opgeweckt’ naar het winkelcentrum van Malden. De wagen gevuld met vele soorten jam, chutney, mosterd, pesto en kerstpakketjes.

Nog best onwennig
Eenmaal gewend aan het winters landschap om me heen zette ik de radio aan, op Omroep Gelderland.
“Aha, Daan Hartgers draait nu, lekker rustige muziek, veelal klassiek. Daarbij kan ik altijd zo heerlijk mijn gedachten de vrije loop laten” was het eerste waar ik aan dacht.

“Hoe voel je je?” Die vraag is mij de laatste weken vaak gesteld.
“Goed” is dan elke keer mijn antwoord. Zo voel ik me ook. Maar daarnaast voel ik me eigenlijk ook onzeker, onwennig, ontheemd. De omschakeling is dan ook erg groot. Ineens hoef ik niets meer te regelen voor ‘de zaak’. Geen zorgen maken om kip, duiven en buitenboel. Het aantal vierkante meters is drastisch geslonken. En mijn agenda is bij wijze van spreken ‘leeg’. Héél raar…

Op weg
Het is een klein stukkie naar Malden. Na het weerbericht met de nodige waarschuwingen over gladde wegen kondigt Daan een klassiek nummer van Verdi aan.
Dat is leuk, Verdi, ik settel me iets dieper in mijn autostoel. Benieuwd naar welk stuk zet ik de radio alvast iets harder. Het eerste wat in me opkomt is De Vier Jaargetijden. Of komt La Traviata?
Dan klinken daar, terwijl ik Mook in rij, de eerste voorzichtige tonen van “Và, pensiero” ofwel “Het Slavenkoor”.
Boem, die had ik niet verwacht. Uit het niets borrelen emoties op, een soort ‘wake-up-call’.

Het Vonkenlied
In de laatste hectische maanden Siebengewald heb ik getracht de emotie ‘verdriet’, ‘het afscheid nemen’ van iets wat Theo en ik samen hebben opgebouwd, af te schermen. Daar probeer ik ook hier in Plasmolen rationeel mee om te gaan.
Totdat ik dus Verdi hoor. Spontaan lopen de tranen over mijn wangen, snijd het gevoel van het grote gemis van Theo als ware mijn lijf in tweeën.
Enkel door het horen van de eerste tonen van… ‘Het Vonkenlied’

40 jarig huwelijk
Voor elk feest in de familie Vonk werd een lied gemaakt. Natuurlijk ook voor het Robijnenjubileum van Pa en Ma Vonk.
Ine, zus van Theo, toverde daarvoor het ‘Slavenkoor’ om tot het ‘Vonkenlied’. In die tijd kenden wij het vooral als ‘Überall auf der Welt’, gezongen door Freddy Breck. Hij had daarmee een grote hit.
Ik zie ons allen uit volle borst zingend daar weer staan: “Ja, Vonk is de naam, die blijft voor ons altijd bestaan.”
Voor de grap hadden vier zonen, waaronder Theo, op dat feest, met lipstick een letter op hun buik geschreven. Bij het woord ‘Ja’ tilden zij, naast elkaar staand, gelijktijdig hun overhemd op. Een V, een O, een N en een K maakten duidelijk hoe trots zij op hun ouders waren.

Lijflied
De rit van Mook naar Malden bleek één ‘Va, pensiero’ lang te zijn, zo’n dikke 5 minuten.
Terwijl ik de auto bij het winkelcentrum parkeerde, veegde ik de laatste tranen weg. ‘Ja Vonk is de naam’ was en blijft ons lijflied. Dat werd me op dat moment weer eens duidelijk gemaakt.

Bij het googelen naar ‘Va, pensiero’ ofwel ‘Het Slavenkoor’ kwam ik diverse uitvoeringen tegen. Een die héél indrukwekkend is wil ik jullie niet onthouden: ‘Va, pensiero’
Die van Freddie Breck klinkt echter een stuk luchtiger:
‘Überall auf der Welt’

En oh ja, het was genieten in Malden, leuke bezoekers, mooie plek, overdekt en warm, indrukwekkende gesprekken met onderwerpen zoals het wecken van, rouw, de toekomst in Beuningen…
En dan denk ik aan de eerste vier regels van Freddie Brecks tekst. De eerste twee in het Duits, de andere twee vertaald in het Nederlands…
Überall auf der Welt scheint die Sonne, und das Leben erwacht von ihren Strahlen.
Overal zoeken mensen naar liefde en ze geloven en hopen voor zichzelf en voor de wereld.

Fijne dag, lieve groet, Anneliese

 

 

Wentelteefjes

Blijven schuiven
Ik neem jullie in mijn gedachten zo’n dikke 50 jaar mee terug in de tijd. Hierbij komt het beeld van mijn moeder naar boven, in de keuken bij het kolenfornuis. Ze staat half voorovergebogen boven de koekenpan die ze zachtjes langzaam heen en weer beweegt. Het oude brood, gedoopt in een beslag van ei en melk, dat begint te kleuren én te geuren, mag natuurlijk niet aanbakken. Eenmaal goed van kleur, het eierbeslag gaar, krijgen wij, de kinderen, ieder een hele snee op ons bordje geschoven. De suikerpot die midden op de keukentafel staat gaat rond. Jullie begrijpen dat het voor ons toen elke dag wel restjesdag mocht zijn. Want waar mijn moeder echt een kei in is, is het creëren van lekkere simpele gerechten van de laatste kliekjes uit kelder, broodtrommel, koelkast of voorraadkast.

Waarom nu?
Waarom ik nu denk aan wentelteefjes? Dat zal ik jullie vertellen.
Het afgelopen weekend is op 90-jarige leeftijd de moeder van onze vriendin begraven. Later op de dag troffen we elkaar om even bij te kletsen. Wij, een oude vriendengroep met een luisterend oor, wilden uiteraard alles horen over de dienst.

We missen…
Ze beschrijft de dienst, de toegestroomde gasten, de volle zaal, de uit het oog verloren neven en nichten, oude kennissen, en het niet te onderdrukken gevoel van een reünie.
Tijdens de dienst vertelden zowel de kinderen als de kleinkinderen over het leven van moeder en oma. In elk verhaal werden haar kookkunsten geroemd. Uiteindelijk nam haar kleindochter, als vierde spreker, plaats achter de lessenaar. Ook zij had de herinneringen aan haar oma op papier gezet. Tijdens het voorlezen keek ze halverwege haar verhaal lachend op. “En wat ik het meest ga missen zijn toch wel haar…”
De zaal met genodigden schoot in de lach en vulden gezamenlijk haar tekst aan: “De wentelteefjes.”

Wederkerige Liefde
Mijn herinnering aan wentelteefjes zat ergens diep weggestopt, maar door haar verhaal proef, zie en ruik ik de wentelteefjes van mijn nu 92 jarige moeders weer. Daarbij komt ook dat gelukzalige gevoel van toen, bij het snoepen van die lekkernij, naar boven.
Kortom: door deze gebeurtenis staat het woord ‘Wentelteefje’ voor mij op dit moment gelijk aan ‘Liefde’. Wederkerige liefde wel te verstaan…

Recept
Theo bakte ook graag wentelteefjes. Tijdens één van de eerste kerstdiners bij De Bourgondische Hoeve serveerden wij die zelfs bij de voorgerechten. Hij gebruikte daarvoor sneetjes Kerststol. Maar wel mét geitenkaas van De Bokkesprong uit Veulen en een lepel honing uit de Maasduinen. Zoet met een hartige twist.
Als jullie zelf aan de slag willen met het bakken van Wentelteefjes heb ik voor jullie hieronder het recept mét de bereiding uitgewerkt. Dus aan de slag!

De Ingrediënten
Basis:
4 sneetjes oud brood
1,5 dl melk
2 eieren
1 volle el boter
Extra;
50 gram suiker
mespunt zout
snufje kaneel

Bereiding
Klop de eieren met de melk goed los in een ruime schaal.
Voeg daar eventueel aan toe de suiker, zout en kaneel.
Smelt de boter in een grote koekenpan.
Dompel de sneeën brood nu in dit eiermengsel. Neem voldoende tijd zodat ze zich goed kunnen volzuigen.
Als de pan gloeiend heet is, leg je de zompige sneeën in de gesmolten boter en bak je ze snel, met de pan heen en weer bewegend, om en om mooi geelbruin.
Serveer ze direct met het garnituur wat je al klaar hebt staan.

Smullen maar!
Zoete herinneringen die je dus ook hartig kan serveren.
Ik wens jullie een fijne dag.
Eén met veel ‘Wentelteefjes’-memories. Die voor iedereen weer anders is.
Ben nu best wel benieuwd, welke herinnering maakt jullie dag goed???

Lieve groet, Anneliese

(Foto: http://www.colruyt.be)