‘Samen zijn’ voelt zo verdomd goed!

Heel even..
Samen opstaan, samen ontbijten, samen lunchen, samen avondeten.
Het is al weer een tijd geleden dat er voor mij een ‘samen’ was. Maar pas mocht ik weer even ervaren hoe dat voelt, was ik voor vijf dagen onderdeel van een speciaal ‘gezin’.

Vakantie?
Na 2011 ben ik nog geen enkele keer echt op vakantie geweest. 1 nachtje weg, oké, 2 nachtjes weg, poeh poeh, wat een geregel, ik heb daar echt een probleem mee. Want wie past er op de boerderij en wie verzorgt de dieren? Wie vraag ik daarvoor? Wie moet ik daarmee lastig vallen? Vragen om hulp is niet mijn sterkste kant, maar het is die paar keer hartstikke goed gegaan.
Daar komt bij dat op vakantie gaan gewoon nog niet goed voelt, dat was iets dat we sámen deden, Theo en ik. En het is ook zonde om die paar zuurverdiende centen zo maar uit te geven, vind ik… Om mij over te halen moet het wel speciaal zijn.

Zal ik?
Dan is daar het moment. Jolanda Pikkaart, mijn schrijfcoach, vraagt of ik meewil op schrijfvakantie. Werken aan mijn boek én vakantie houden. Nou zo’n combinatie zie ik wel zitten! Maar het is van zondagavond tot en met vrijdagavond, vijf dagen en vijf nachten… Ondanks dat ik dan zo lang van huis ben besluit ik er even tussenuit te gaan en zeg ik dus ja.

Hoor ik daar Herman van Veen? ‘Opzij, opzij, opzij, maak plaats…’
Voordat ik die bewuste zondag om 18 uur kan vertrekken werk ik me die hele dag uit de naad. Het lijkt alsof ik pas van mezelf mag vertrekken als ik alles uit kas en tuin heb weggewerkt. Zoals de courgettes, walnoten, druiven, komkommers, tomaten, vijgen…
De dozen, waarin ik de potten stop die ik vanaf vroeg in de ochtend vul met fruit & jam & chutney & soep, stapelen zich gedurende die zondag op. Na volop gekookt en geweckt te hebben, mag ik eindelijk gaan.

Rust!
Drie kwartier later loop ik met mijn koffertje het terras van Ecofarm De Biezen in Aarle Rixtel op waar ik allerhartelijkst wordt verwelkomd door Rina, de gastvrouw. Ze wijst mij de kamer in de oude boerderij waar de tijd heeft stil gestaan. Nostalgie en rust dalen neer. Tijd om alles uit te pakken. En dat is bij mij veel. Het fijne van reizen met een auto is namelijk dat je die helemaal vol kan stouwen met bagage, meer dan nodig is, fijn voor iemand die geen keuzes kan maken. Zo liggen er alleen al vijf paar schoenen in de kofferbak.

Mocht ik honger krijgen…
Mijn overlevingsmodus zorgt er voor, sinds ik alleen ben, dat ik altijd iets te eten bij me heb. Daarom sjouw ik die avond, naast mijn koffer, ook twee kratjes met etenswaar naar mijn slaapkamer. Zoals krentenbrood, crackers, mandarijnen, appels, potjes jam, milky ways, spekjes en chips. En niet te vergeten mijn waterkoker, verlengsnoer, theeglas en theezakjes.
Als mijn koffer is uitgepakt, de toilettas op de badkamer staat en mijn laptop een plaatsje op de tafel heeft gevonden, ga ik de anderen opzoeken, benieuwd met wie ik de volgende dagen ga doorbrengen.
Even later zitten we met zijn vijven buiten op het terras onder de parasol, te genieten van een glas wijn, knabbels én elkaars verhalen. Dat de gesprekken voornamelijk over schrijven gaan zal geen verrassing zijn. Met een goed gevoel wensen we elkaar na afloop goedenacht.

Een goede start
De volgende ochtend ontbijten we gezamenlijk. De tafel is rijkelijk gedekt, we komen niets tekort. Het is een gezellige en lekkere start van de dag. Vol energie zitten wij hierna in de startblokken klaar om de doelen die we ons zelf hebben gesteld vorm te geven. Met hulp van de schrijfcoach. Maar ook met de hulp van de anderen. Want dat is zo mooi, iedereen helpt elkaar. Als je niet meer weet hoe je verder moet leg je het probleem op tafel waarna we het met z’n allen vanuit diverse oogpunten bekijken. Dat geeft vaak verrassende eye-openers.

Ritme
De dagen krijgen een ritme. 8.00 uur ontbijten, 9.00 uur de plannen voor de dag bespreken, 10.00 uur schrijven, 13.00 uur soep met brood bij Jolanda, 14.00 uur schrijven, 17.00 uur resultaat van de dag gezamenlijk bespreken, 18.00 uur optutten, 19.00 uur dineren, 22.00 uur afnokken, slapen. En dat alles iedere dag weer en elke dag samen!

We zullen doorgaan!
Door vijf dagen intensief samen te werken aan onze boeken ontstaat er een binding, een klik. Bij het afscheid nemen we ons dan ook stellig voor om contact te houden. We gaan thuis proberen het opgebouwde ritme vast te houden. Dat dat moeilijk zal zijn weten we, want er wacht ons thuis volle agenda’s, vele verplichtingen.
Na één week merk ik dat het nog steeds in me zit. Wel iets aangepast, schrijven staat nu niet meer op de eerste plaats, maar toch, ik probeer het. Vroeg opstaan, schrijven, ontbijten, werken, lunchen, werken, planning maken voor de volgende dag, eten, nadenken over het verloop van mijn boek, ontspannen, slapen.

‘Social media’
‘Samen’ is nu helaas weer ingeruild voor ‘alleen’. Maar zit ik ergens mee, kom ik niet vooruit, heb ik even een zetje in de goede richting nodig, kan ik altijd terugvallen op ons schrijfclubje. Via de groeps-app en via een besloten facebookpagina. Die zorgen ervoor dat ‘Samen’, al is het wel op afstand, niet verdwijnt.

Blij
De schrijfweek was fantastisch, ik heb zonder gestoord te worden, zonder verplichtingen te hebben naar thuis, kunnen schrijven. In de vele hoofdstukken die ik deze week op papier heb gezet beleven Marjanneke en haar gezin mooie, lieve, ondeugende gebeurtenissen. En in mijn hoofd én aantekeningen zit de rest. Hun voetsporen, eind 19e eeuw, beginnen steeds meer vorm te krijgen.

Dank je wel schrijfcoach!
Dit alles dankzij Jolanda Pikkaart. Zij stuurt je, geeft richting, laat je niet bungelen. Én dankzij de groep. Hun opbouwende opmerkingen geven mij energie.
Samen hebben we een top week gehad, samen hebben we mooie vriendschappen opgebouwd. En dat samenzijn smaakt naar meer.
Gelukkig heeft Jolanda voor volgend jaar meteen weer nieuwe schrijfvakanties op De Biezen in Aarle Rixtel ingepland. Ik kijk er nu al, samen met mijn schrijfmaatjes, naar uit. Jolanda bedankt voor deze super leerzame, gezellige, gastvrije, eetrijke, zonnige ontspannen week.
Tot de volgende keer! Schrijf ze!

Lieve groet,
Anneliese

Advertenties

Héérlijk die nazomer!

Cadeautje
We krijgen nog een paar zonnige warme dagen cadeau. En daar is eigenlijk niets raars aan. Zo herinner ik me onze periode in Wijchen, waar wij in de jaren 80 en 90 restaurants le Hibou en ’t Wichlant runden. Daar werd altijd in september recht voor onze restaurantdeuren de kermis opgebouwd. Een goede reden om met vakantie te gaan. En meestal hadden we dan schitterend weer.

Ze zijn er weer
Nu, 2018, loop ik bij mij, hier thuis in Siebengewald, de kas in om de vijgenboom te inspecteren, om te kijken hoe die het doet. Ik zie de eerste rijpe vijg. Yes!!! Mijn hart maakt een vreugdesprongetje.
Vijgen… ze komen eraan! Dat is zo genieten, heerlijk zijn ze, de geur alleen al!

Kleine plantjes worden groot…
Wat 20 jaar geleden begon als een heel klein plantje die wij, Theo en ik, behoedzaam in de toen nog lege kas plantten, is in die vele jaren uitgegroeid tot een fikse vijgenboom. Samen met de druiven en de grote laurier vullen zij de wanden van de grote kas.

Die eerste
Voorzichtig pluk ik de vijg en bewonder hem. Mooi groen, met van die lichte ribbels waaraan je kunt zien hoe rijp ie is, en een parmantig steeltje. En het mooiste van de vijg vind ik de onderkant, zijn kontje, vurig rood. Hoe roder hoe rijper. Ik krijg zin om er direct mijn tanden in te zetten maar beheers me. Nee, ik leg hem voor het keukenraam zodat ik er nog langer van kan genieten, meer voorpret voor ik hem verorber.

Kreta
Die vijg bezorgt me ook flashbacks. Mijn gedachten dwalen af naar Kreta, september 1986. Daar zag ik voor het eerst in mijn leven een boom vól met vijgen, langs de weg, gewoon voor de grijp. We konden het niet laten om er een paar op te eten.

Voelde alsof we een berg beklommen
Kreta… We zaten in een vakantiehuisje bovenop een heuvel. Elke dag begon met een wandeling naar beneden, dat viel nog mee. Maar terug naar ons huisje was het klauteren geblazen. Onze scheenbenen gingen er zeer van doen. ’s Avonds die heuvel weer op en neer lopen hadden we geen zin. Gelukkig stond er dicht bij het huisje een restaurant waar we vervolgens elke avond neerstreken, waar wij onze welverdiende centjes achterlieten.

Mama’s keuken
Moeder kookte voortreffelijk en zoonlief serveerde mama’s eten met een grote glimlach. Hij had een Nederlandse vriendin. Na een paar avonden vroeg het jonge stel ons mee uit, gezellig. Een uur later danste Theo samen met hen de sirtaki. Tja, met een glaasje wijn achter de kiezen kunnen we die allemaal dansen, toch?!

Om nooit te vergeten
Op de laatste avond vertelden wij de moeder dat we de volgende dag weer naar huis gingen. Haar reactie was hilarisch, vaak haal ik die nog aan.
Zij gooide haar armen de lucht in, draaide met haar ogen, sloeg een kruis en riep daarbij dramatisch de legendarische woorden; “Catastrofe, catastrofe…”

En de net geplukte vijgen uit mijn kas? Nou, die SMAKEN en RUIKEN ‘CATASTROFAAL’ lekker!

Geniet van de mooie dagen.
Lieve groet,
Anneliese

Het moment dat ik besloot een boek over oma te schrijven

De start van een nieuw boek.

Woensdag 11 november 2015, 16.00 uur, publiceer ik mijn eerste boek. Een gelukzalig gevoel overvalt me. Het is klaar, het gaat de grote wereld in. Maar ook een angstig gevoel overvalt me. Wat gaan de lezers zeggen, vinden ze het wel wat.
Als even later de positieve reacties binnenstromen weet ik dat ik er goed aan gedaan heb om alles over mijn rouwproces (tot dan toe) aan het papier toe te vertrouwen.

Woensdag 14 september 2016, 19.00 uur, zit ik in een restaurant, samen met vriendinnen uit Venlo. Iedereen heeft veel te vertellen, vakantie net achter de rug. Zo vertelt Toos over haar dagje Dordrecht. Ik reageer daar enthousiast op door te melden dat mijn oma daar is geboren. ‘In 1887, en de familie heeft daar een horecabedrijf gehad, en… en…’ Ik haper: ‘verder weet ik het niet, ze zijn weer terug gekomen naar Schaijk. Maar leuk hè, dat mijn oma daar is geboren.’ Hoe meer ik zeg, hoe dommer ik me voel. Niet dat iemand dat merkt, de gesprekken gaan heen en weer, iedereen vol van de voorbije zomer.

Woensdag 14 september 2016, 23.00 uur, zit ik achter het stuur van mijn auto, op weg naar huis, naar Siebengewald. Vanaf het moment dat ik tijdens het diner oma aanhaalde heeft zij me niet meer los gelaten.
Sinds het schrijven en publiceren van mijn eerste boek is het bij mij gaan kriebelen. Het smaakt naar meer waarbij ik direct één ding zeker wist, het volgende boek gaat niet weer over rouw, nee, dat wordt een stuk gezelliger!
Ineens valt het kwartje, ik ga over oma schrijven, over de periode dat ze in Dordrecht woonde. 40 kilometer en 30 minuten lang rij ik met een big smile op mijn gezicht naar huis. Terwijl ik de auto op de oprit parkeer neem ik me voor om de volgende ochtend mam te vragen wat zij zich nog kan herinneren van haar moeder, wat zij haar kinderen verteld heeft over die bewuste periode.
En ja, ik ga ook naar Dordrecht. Dan duik ik daar de archieven in en ga ik de voetstappen van mijn voorouders opzoeken.

Woensdag 16 november 2016, 13.00 uur, zit ik samen met mijn zus Corry in een zaal in het Regionaal Archief van Dordrecht. Een gil kan ik niet onderdrukken als we het bewijs vinden van het hotel waar ze gewoond hebben én van het café dat ze gerund hebben. ‘Zij’ zijn mijn overgrootouders Marjanneke en Joost de Kleijn en hun vier kinderen Kee, Tinus, Dorus en Betje (mijn oma).

Zaterdag 11 februari 2017, 11.00 uur, zit ik in de Openbare Bibliotheek in Amsterdam, op het event ‘Schrijf!’ Daar ontmoet ik schrijfcoach Jolanda Pikkaart. Intussen heb ik beseft dat het schrijven van mijn eerste boek, uit mijn eigen gevoel en herinneringen andere koek is dan het schrijven van een historische roman. Daar in Amsterdam besef ik, mede door alle workshops en gesprekken met aspirant-collega’s, dat wat hulp bij het schrijven van een nieuw boek niet verkeerd is.

Woensdag 18 januari 2018, 10.00 uur, zit ik thuis achter mijn computer, verstuur ik het éérste hoofdstuk van mijn toekomstig boek naar Jolanda. Met spanning wacht ik haar feedback af. Als die eind van de dag binnenkomt weet ik dat ik op de goede weg zit. Maar ook dat ik moet letten op ‘de lijdende vorm vermijden’, het perspectief vasthouden, de dialogen goed uitwerken, tegenwoordige tijd en verleden tijd niet door elkaar gooien… En zo nog meer van die opmerkingen. Ik leer snel heel wat bij!

Woensdag 30 mei 2018, 9.00 uur, zit ik thuis aan de ontbijttafel, bij te komen van het noodweer van de avond ervoor. Geen internet, geen telefoon, geen tv. Alles ligt plat, in heel Siebengewald. Paar dagen ervoor heb ik het 20 jarig bestaan gevierd van De Bourgondische Hoeve, waar ik helemaal vol van zat, het was ook een heerlijke dag. Maar het lijkt wel alsof ik door de bliksem, de spanning die om me heen knetterde, van de leg ben. Voorlopig geen ‘Marjanneke’…

Woensdag 5 september 2018, 08.00 uur, ben ik weer gaan schrijven aan mijn boek wat te lang heeft stil gelegen. Ik heb Marjanneke, de moeder van mijn oma Betje, weer opgezocht, in haar eerste woning in Dordrecht op Sluisweg 17. Zij neemt mij wederom mee terug in de tijd, naar 1884, het jaar waarin Marjanneke samen met haar kinderen voor het eerst voet aan wal zetten, op het eiland Dordrecht. Maar voordat ik het schrijven ga hervatten lees ik de eerste hoofdstukken terug. Meteen krijg ik de neiging om enkele regels aan te passen, maar daar moet ik nog mee wachten. Wel frappant, ik zit er meteen weer middenin. Hmm, niet verkeerd. Maak ik jullie nu nieuwsgierig?
Willen jullie ook een stukje meelezen?
Oké, een paar regels dan…

Maart 1884
De grote reis
Naast de oorverdovende herrie braakt de locomotief ook flinke stoomwolken uit. Met rode koontjes neemt Marjanneke samen met haar drie kinderen plaats in de treinwagon, dicht bij het raam. Betje, de jongste van het stel, zit bij Marjanneke op schoot en kijkt met grote ogen rond en klampt zich vast aan haar moeders jas. Langzaam komt het grote stalen monster, met schokkende bewegingen, op gang. Het ontsnappende stoom geeft als afscheid voor de achterblijvers een krachtig fluitconcert. Tussen de mensen op het perron staat ook familie van Joost, Marjannekes man, waar ze vannacht hebben gelogeerd. Marjanneke en de kinderen zwaaien net zo lang tot ze hen niet meer kunnen zien. De grote reis naar Dordrecht is nu echt begonnen. Een gevoel van spanning en vreugde giert door Marjannekes lichaam. Met haar vrije hand wrijft ze automatisch over haar buik. Ze slaakt een diepe zucht en maant zichzelf tot rust want ze moet ook rekening houden met de baby die op komst is.

Druk, druk, druk…

Waar is de relaxstoel?
Herkennen jullie dat? Druk om je heen, druk in je hoofd. Dat gevoel heb ik nu.
Hoogste tijd dus om de relaxstoel voor de dag te halen.
En dan niet rond kijken naar wat er allemaal gedaan moet/kan worden.
Nee, dan is het ‘Blik op oneindig en verstand op nul’, dat peperde Theo me altijd in. Misschien dat ik daar even naar moet luisteren.

Heel veel bezigheden!
De afgelopen maanden waren erg hectisch. Zowel binnen in het huis – restaurant – winkel, als buiten ín moestuin – boomgaard – kas en bíj de vijver.
Met als klapstuk het evenement Agrifestijn.
Mensenlief, wat een mensenmassa liep er vorige week over de Pannenweg. Velen van hen wilden bij mij wat gebruiken waardoor velen moesten wachtten op een vrije plek, op het terras of binnen in het restaurant.
Zo snel als het kon serveerden wij de bestellingen: de huisgemaakte tomaat-courgettesoep, of de XL-tosti, of een heerlijk parfait-ijsje, of ‘gewoon’ vlaai met koffie.

Troubadour Math
Bovenal was het gewoon beregezellig met leuke mensen om me heen! Voor een groot gedeelte was hier ook de organisatie van het Agrifestijn voor verantwoordelijk. Zij hadden overal aan gedacht, ze hadden het goed voor elkaar, chapeau! Zo was er vermaak en educatie voor iedereen. Diverse muzikanten, lopend van boerderij naar boerderij, lieten vrolijke klanken horen. Bij mij binnen presenteerde Troubadour Math ons zijn gezellige, veelal oudere, liedjes. Echte arbeidsvitaminen!

Ondanks de hitte…
De weken ervoor had ik het ook al druk met fietsers, diners, hapjesbuffetten en niet te vergeten de markten. Wat dacht je van de Nationale Jammarkt in Neede! En daar tussendoor de oogsten wegwerken.
Tijd inplannen voor het schrijven aan mijn boek ‘Marjanneke’ lukte me helaas niet. Jammer, maar dat komt wel weer…

Handjes laten wapperen
Intussen denk ik aan al mijn potjes en flesjes die ingemaakt en geweckt klaar staan om te etiketteren. Daarvoor moet ik echter eerst van elk brouwsel de voedingswaarden uitrekenen. Zoals bijvoorbeeld van mijn ‘Balsamico’ van Vijg en Rode Wijn, of van de Chutney gemaakt van Komkommer-Paprika-Ui- Whisky (lekkerrrrrrr) of van mijn Ouderwetse Tomatensoep. En dan heb ik nog veel meer smaken uitgestald staan…

Alles op zijn tijd
Het zonnetje komt net door, dus ik ga met mijn, nog steeds nieuwe, relaxstoel onder mijn arm naar buiten. Als jullie mijn blog van 21 april teruglezen, krijgen jullie een idee van mijn haat-liefde verhouding met die bewuste stoel.
Maar goed: het zonnetje wacht niet op mij en die potten en flesjes wel, dus tijd nemen en in die stoel gaan liggen, een moment voor mezelf nemen, ogen dicht en luisteren naar Theo’s wijze woorden.

Rust in de tent
Schrijven? Na deze blog zal ik Marjanneke maar weer eens gaan opzoeken in Dordrecht, daar waar ze zich in 1884 met haar gezin nestelde, op de Sluisweg. Ja, dat ga ik strakjes doen, in gedachten luisteren naar haar mooie verhaal. Om later, met pen en papier, al die belevenissen uit te werken. En dat alles vanuit mijn relaxstoel, ik kijk daar nu al naar uit…

En, nemen jullie op tijd rust?

Lieve groet,
Anneliese

7

 

7
Afgelopen week, donderdag 2 augustus, was het Theo’s sterfdag.
7 jaar geleden alweer.
Of ik wilde of niet, de film van toen werd wederom in mijn hoofd afgespeeld.
7 jaar verder, alleen.
Raar, als ik daar nu op terug kijk, kan ik me niet voorstellen dat er sindsdien 7 volle jaren zijn voorbij zijn, verdikkeme, 7 jaar!!!!
Onvoorstelbaar. De tijd gaat door, neemt je mee, je doet mee, of je wel of niet wil, alles gaat door…

7
Het getal 7 is een magisch, heilig getal, het brengt geluk zeggen ze.
Je kan het getal 7 aan nog veel meer feiten ophangen.
Zoals de 7 hoofdzonden, de 7 deugden, de 7 zeeën etc. etc.
Zo ook de Bijbelse uitdrukking: ‘na 7 magere jaren komen 7 vette jaren’.
Laatst haalde ik dit gezegde in een gesprek met iemand aan, ik vond dat het tij zich maar eens moest keren. Vanaf dat moment blijft dat door mijn hoofd malen. Want is dat wel zo? Waren die afgelopen 7 jaren wel zo ‘mager’?

65
Voordat Theo ziek werd hadden we onze toekomst anders voorgesteld. Dit jaar zou hij in april 65 kaarsjes uitblazen, met uiteraard een knalfeest. Plannen voor de ‘oude dag’ zouden we stapje voor stapje tot uitvoer brengen. Het ietsje rustiger aandoen. Het was altijd zo leuk om hier samen over te brainstormen, het liep ‘gewoon’ even anders.

7
Maar terugkomend op mijn vorige opmerking vraag ik me af: waren de afgelopen 7 jaar ‘mager’?
Ze waren eenzaam, dat zeker.
Maar mager mag/wil ik ze zeker niet noemen.
Ondanks het grote gemis voel ik me op een de een of andere manier zelfs ‘rijker’.
De kracht die Theo mij op zijn sterfbed meegaf, heeft mij namelijk de afgelopen 7 jaar kleur, vorm, mogelijkheden, kennis, nieuwe uitdagingen, durf en nog veel meer laten zien.
Ik heb in ieder geval alle nieuwe kansen met beide handen aangegrepen, velen mogen creëren, met een strijdvaardigheid, met een lef waar ik mezelf vaak nog over verbaas. Komt dit soms doordat ik altijd het gevoel heb dat Theo dicht bij mij is??? Ik ben door dit alles er zeker rijker in gevoel, realiteitszin uitgekomen.

3
Drie volle jaren zijn verstreken sinds ik de grote stap zette om samen met familie twee grote borden in de grond te planten, op beide hoeken van De Bourgondische Hoeve, waarop met koeienletters stond ‘TE KOOP’. In de tweeëneenhalf jaar erop gebeurde er niets…
Het laatste half jaar echter trekt de economie weer aan, wat te merken is aan de vele kijkers die ik vanaf begin 2018 hier mocht ontvangen. Er braken spannende tijden aan.

7
En nu, na 7 jaar, is er een kentering op komst. Het moment dat wat Theo en ik saampjes hebben opgebouwd, met daaraan mijn eigen laatste ‘twist’, los te laten. Met als logische gevolg het op zoek gaan naar een nieuwe woning.

7
En dat is raar mensen, om een ander huis te bezichtigen, in je eentje, voor één persoon, voor mij alleen. Bij elke stap die ik zette, voelde ik gelukkig Theo’s aanwezigheid. Ik denk, voel en adem nog steeds met hem in mijn gedachten. Met vooral zijn nuchtere kijk of iets functioneel is. Dus dat komt wel goed.
Ben benieuwd hoe de volgende 7 jaren gaan verlopen.
Het ‘Heilige Moeten’ denk/hoop ik dan achter me te kunnen laten.

7
En worden die 7 jaren erna dan die beloofde ‘vette’ jaren?
Ik denk van niet, ik ga ze gewoon de ‘rustige’ jaren noemen. Daar kijk ik namelijk ontzettend naar uit…

Lieve groet,
Anneliese

Zomer 1966

Hopla
“Kom eens hier.”
Mam bukt zich naar me toe, pakt me onder de oksels, en zet me met een zwaai bovenop de keukenstoel. In een reflex pak ik met mijn kleine handjes stevig de rand van het granieten aanrecht vast.
“Leuke hè?” hoor ik haar vrolijk zeggen.
Als ik naar rechts kijk zie ik mam stralend naar me kijken. We zijn nu bijna even groot! Bij mij breekt een voorzichtige glimlach door.
“Zo, nu kan je me mooi helpen met de rabarber.”
Voor ons, op het zwart-witte aanrecht, ligt een grote berg rabarberstelen. Het blad ervan heeft mam even daarvoor buiten al afgesneden, wat ik daarna in de kruiwagen mocht leggen. Met haar armen vol met rabarber, liep mam kort erna, naar binnen.

Dat lijkt wel bloed!
Mam pakt de eerste stengel van de stapel en trekt met een mesje in haar hand allemaal rode draden van de rabarberstelen. Het lijkt wel of die hierna gaan bloeden! Ondertussen staat de kraan boven de gootsteen open en stroomt de hele bak vol met koud water. De eerste steel valt met een plons hierin.
“Vertel eens,” zegt mam, “wil je me helpen of wil je liever snoepen?”
Nou, dat hoeft ze mij niet twee keer te vragen. Zij kent me en weet het antwoord al.

Oeps, dat is zuur…
In mijn rechterknuistje krijg ik de meest rode rabarberstengel gestopt. Voor me staat de suikerpot al klaar.
“Zo snoepkont, ga je gang.” Bij deze woorden krijg ik nog een aai over mijn bol. Terwijl ik vervolgens de stengel in de suiker doop, start mam met het wegwerken van die hele stapel.
Op het moment dat ik in de rabarber bijt, voel ik mijn neus prikkelen en springen de tranen in mijn ogen. Maar dapper kauw ik door en laat mam niks merken.
“Is het lekker?” Van opzij kijkt ze me lachend aan, wetend hoe zuur het is.
Heel stoer zeg ik: “Lekker hoor!”, en doop de steel nog maar eens flink in de suiker voor ik weer een grote hap pak.

Samen zingen
Snoepend van de rabarber, met héél véél suiker, zie ik de berg rabarber steeds kleiner worden. Daarna snijdt ze ze allen in kleine stukjes.
Ondertussen zingt mam een liedje over paddenstoelen en van een groot bos waar het donker is. Ik neurie mee…

Die goeie ouwe tijd
Tegelijkertijd vult de keuken zich met die typisch friszure geur. Een geur die vele herinneringen oproept. Rabarbertijd. Inmaaktijd. Zomer. Zomers die vroeger heel lang duurden, buiten in de tuin spelen, op het gras, samen met pap in de moestuin plantjes uitzetten, samen met mam bessen en knoezels plukken. Zomers die al heel lang voorbij zijn, zomers die in mijn gedachten steeds zoeter worden.
Ook jullie wens ik sweet dreams…

Lieve groet,
Anneliese

Twee zussen…

Emigreren
65 jaar geleden namen ze voor het eerst afscheid van elkaar, de zussen, de één 24 jaar oud en net getrouwd, de ander 27 en net moeder geworden. Beiden vol emoties, vol van het idee dat ze elkaar nooit meer zouden terugzien. Want wie met die grote boot de oceaan overstak, naar Canada emigreerde, die was voor altijd weg. Zo dachten ze toen.

Dag zus…
Het verdriet was groot. De tranen vloeiden veelvuldig.
“Dag Dora, pas goed op hè,” zegt Betsy met een trillende lip en een snik in haar stem.
“Natuurlijk, komt goed”, klinkt het krampachtig uit Dora’s mond.
Ze pakken elkaar een beetje onwennig beet, niet gewend om elkaar hun gevoelens te tonen. Met hun gezichten een beetje afgewend, elkaar niet willen laten zien hoe de tranen over hun wangen lopen, pakken ze beiden een zakdoek om even flink te snotteren.
We schrijven 1953.

Op bezoek
In de jaren erna hebben ze elkaar gelukkig regelmatig kunnen zien. Vooral de laatste jaren. In het begin was het namelijk flink aanpoten, een totaal nieuw leven opbouwen. Toen het echter met de zus en haar man in dat verre Canada steeds beter ging, konden ze met het vliegtuig overkomen naar Nederland. Wat een blijdschap bij de herenigingen!

65 jaar later
Nu in 2018, de één 89 jaar oud en de ander bijna 92, zien ze elkaar weer.
De één nog best vief, de ander ziek. Beiden wetend dat dit waarschijnlijk de laatste keer is dat ze elkaar in de ogen kunnen kijken. Twee hele weken hebben ze samen opgetrokken. ’s Morgens samen aan het ontbijt, kletsend over toen, over de familie, over hun jeugd. Alle fotoboeken zijn weer bekeken, alle foto’s zijn weer ontleed.
Dan is daar het afscheid, de taxi staat voor, de koffers worden door de chauffeur opgepakt. Voor de laatste keer geven ze elkaar een dikke zoen. Ze hebben gezegd wat er gezegd moest worden.

De geschiedenis herhaalt zich
En dan scheiden hun wegen wéér.
“Dag Dora, pas je goed op?” zegt Betsy met een trillende lip en een snik in haar stem.
“Natuurlijk, komt goed,” klinkt het krampachtig uit Dora’s mond.

Even later rijdt de auto de straat uit, op weg naar Schiphol, waar de reis verder gaat, naar het verre Canada.
Betsy trekt de voordeur achter zich dicht. Een voorzichtige glimlach breekt door op haar gezicht als ze terugdenkt aan Dora die, voordat ze de auto instapte, haar met de volgende woorden had toegeroepen: “Ik bel je als ik thuis ben!”
Ze kijkt nu al reikhalzend uit naar de volgende dag…

Lieve groet,
Anneliese