Featured

Er was eens … (130 jaar geleden)

We noemen haar Elisabeth, Betje de Kleijn

27 oktober 1887 wordt in Dordrecht een meisje geboren, Elisabeth, dochter van Marjanneke en Joost de Kleijn-Klaassen. Zusje van Kee, Tinus en Dorus. Kind van een Oost-Brabants, Schaijk, gezin dat in 1884 naar Dordrecht verhuist. Op dat moment, tweede helft 19e eeuw, is in Nederland de Industriële Revolutie in volle gang. Veel mensen van het platteland vertrekken, om de armoede te ontvluchten, naar de grote steden, op zoek naar werk. Zo ook dit gezin.

Wat vind ik nu zo bijzonder aan hen zal je je afvragen. Nou, het zijn mijn overgrootouders, en dat meisje is mijn oma, haar roepnaam Betje.

Mooie stad Dordrecht

Altijd als de stad Dordrecht vernoemd wordt moet ik aan hen denken. Ik reageer ook altijd heel enthousiast met: ‘Mooie stad hè. Weet je dat mijn oma daar is geboren? Ze heeft er samen met haar ouders in horecabedrijven gewoond en gewerkt, eigenlijk net zoals ik dat nu doe. En, en …’ Tja, dan val ik stil, want meer weet ik niet.

Het zal een jaar geleden zijn dat ik met vriendinnen in een restaurant in Venlo zit. Eén van hen heeft Dordrecht bezocht. En ja, stante pede herhaal ik weer hetzelfde riedeltje. Op de terugweg naar huis bedenk ik me dat dit eens moet ophouden. Ik hier meer over wil weten. Het zijn verdikkeme mijn voorouders, het is mijn eigen geschiedenis. Achter het stuur van de auto besluit ik op onderzoek ga en dat ik er wellicht een boek over ga schrijven. Het is een jaar na het uitbrengen van mijn eerste boek en het begint te kriebelen: ik wil weer schrijven, alleen nu niet over rouw.

Op naar mijn moeder

Mijn moeder, net 91 jaar geworden, is mijn eerste aanspreekpunt. Wat kan zij mij vertellen over het leven van haar moeder, oma, opa, tante en ooms in Dordrecht? 35 jaar geleden heeft zij hier ook eens onderzoek naar gedaan in diverse archieven. Dat resulteerde in drie boeken over de geschiedenis van onze families. In die tijd vond ik dat niet zo interessant. Maar ja, je wordt ouder en tijden veranderen …

Met pen en papier in de aanslag zit ik bij haar op de bank. Haar boeken hebben we al doorgenomen maar over die 15 jaar in Dordrecht heeft ze niet veel geschreven. Ik hoop nu op overleveringsverhalen. Het resultaat valt jammer genoeg tegen. Mijn oma was erg jong, pas elf jaar, toen ze Dordrecht verlieten, de herinneringen die ze doorverteld heeft zijn summier. In die tijd liet men het verleden ook rusten. Later had ze het erg druk met het runnen van haar grote gezin, vooral na het vroege overlijden van opa, en ze was ook niet zo’n prater. Mijn moeder is het tiende kind in de lange rij van dertien. Haar oudste zus Marie had hier zeker meer over kunnen vertellen. ‘Maar’ zegt mam dan; ‘daarvoor moeten we naar de hemel’.

Archief in, archief uit

De ouders van oma, ofwel de grootouders van mijn moeder, zijn dus eind 19e eeuw naar Dordrecht vertrokken. ‘Waarom, wie waren ze, wat deden ze daar precies?’ Steeds meer vragen borrelen in me op. Antwoorden wil ik, en om die te vinden ga ik de hort op en kom zo terecht bij het Regionaal Archief van Dordrecht. Zoeken naar mijn Dordtse roots: op zoek naar Joost de Kleijn en Marjanneke Klaassen, op zoek naar het leven van mijn overgrootouders in, voor toen zeker, het verre Dordrecht. In die tijd ging je niet zomaar van A naar B. Er waren nog geen auto’s, er reed een enkele trein. Trekschuiten, stoomboten en paard met wagen waren toen de gangbare vervoersmogelijkheden. En je kon ook te voet gaan. De afstanden werden in die tijd ook aangegeven met: zoveel uur gaans. Ofwel, zoveel uur te lopen. Bij mij rijst dan direct de vraag op: hoe hebben zij die honderd kilometer overbrugd?

Hotel – Café – Koken – Recepten

Al zoekend in de archieven kom ik boterhandelaar Albers uit Grave tegen die in 1883 zijn boter/margarinefabriek verplaatst naar Dordrecht. Joost krijgt daar werk, al eerder voor ze definitief verhuizen. Van daaruit probeert hij de grote overtocht te regelen, een woning te vinden en een school voor de kinderen. Het gezin de Kleijn woont op diverse adressen in Dordt. Als eerste kom ik de Sluisweg tegen, en vervolgens de Geldelooze Pad, de Wijnstraat (Het Burgerhotel), de Cornelis de Wittstraat (Café de Ruwaard van Putten) en als laatste de Nieuwstraat. Hoe meer ik door mijn onderzoek te weten kom, hoe meer respect ik voor ze krijg. Een heel nieuw leven opbouwen in een voor hen onbekende stad, zoveel onzekerheid. Ze hadden wel lef! Ik krijg ook gaandeweg steeds meer een band met Marjanneke, mijn overgrootmoeder. Al is het alleen al door alle lekkere recepten!

Het boek komt eraan!

Zo heb ik bijna hun hele tijdlijn kunnen ontrafelen. En ik altijd denken dat zoiets alleen maar bij beroemde mensen kan. Ik ga proberen de 15 jaar die mijn overgrootouders en hun kinderen in Dordrecht doorbrachten, met woorden weer tot leven te brengen. Daarvoor ga ik nu hard aan het werk, samen met een vriendin die mijn teksten gaat redigeren en samen met een schrijfcoach die me ondersteund en achter mijn vodden gaat zitten. Mijn streven is om volgend jaar april-juni het boek te presenteren. De werktitel voor nu is: ‘Marjanneke, een stoer wijf’ , maar die kan nog wel tig keer veranderen…

Via mijn website (www.debourgondischehoeve.nl/blog) en facebookpagina’s (De Bourgondische Hoeve / Anneliese Vonk / Marjanneke, een stoer wijf) kan je zien hoe het boek zich ontwikkelt.

Gisteren, 27 oktober 2017, was dus de 130e geboortedag van mijn oma, een reden om hier even bij stil te staan.

Advertenties

Ik moet wat bekennen…

Alarmnummer
Afgelopen dinsdag, 29 mei, heb ik het alarmnummer 112 gebeld. En dat terwijl er geen levensbedreigende situatie was. Foei! Maar voor mijn gevoel moest ik iets ondernemen. Om mijn angst te onderdrukken. En 112 vond ik op dat moment het enige juiste. En natuurlijk konden ze mij niet helpen, dat wist ik wel. Na mijn excuses gemaakt te hebben, hing ik weer op.

Noodweer
Die bewuste dinsdag brak ‘s avonds boven Siebengewald noodweer uit. Wat begon met gerommel in de verte en donkere donderwolken ontaardde zich in een niet te beschrijven situatie. De ene klap volgde op de ander, in een vlot tempo. De geluidsknop werd omhoog geschoven. Het goot, het donderde, het bliksemde. Totdat de spanning zo hoog opgebouwd was dat de elektriciteit in heel Siebengewald eruit knalde. Aardlekschakelaars begaven het, brand in twee huizen, bomen om, schoorstenen die naar beneden kwamen, contactdozen die ontploften. Elk huis had een verhaal. Zo ook bij mij. Ik bleef de spanning voelen en horen in het huis. Heel beangstigend. Daarom ook mijn noodkreet richting 112.

Bommen
Zoals ik al aangaf was het geluid van de knallen oorverdovend. Aan wie het de volgende dag wilde horen, vertelde ik over de bommenregen die over Siebengewald was neergedaald. Alsof ik midden in een oorlogssituatie was beland, niet normaal.

Terug in de tijd
Daarbij gingen mijn gedachten automatisch terug naar die nacht in Schaijk, in de jaren 80, toen bij een heftig onweer de bliksem in een grote antenne tussen ons huis en dat van mijn ouders insloeg.

Binnenvetter
Mijn vader, tijdens de oorlog tewerkgesteld in Duitsland, herbeleefde na die bewuste nacht weer alles. Verdrongen trauma’s kwamen naar boven, trauma’s die hoognodig verwerkt moesten worden. Vanaf dat moment kregen wij, zijn gezin, voor het eerst een inkijkje van zijn jaren, tijdens de 2e wereldoorlog, in Warbeyen. Daar wonend en werkend als melkmeester bij heerboer Van der Sandt.

Vooral de laatste zeven maanden van de oorlog waren voor hem daar een hel. Constant bombardementen, door de geallieerden op Duitsland, waar hij tussenin zat. Iedere dag vlogen de granaatscherven hem om de oren, noodgedwongen moest hij veel tijd doorbrengen in schuilkelder of langs de weilanden in de diepe sloten.

Bevrijding
Thuis, in het Brabantse Schaijk, waren ze september 1944 al bevrijd. Maar dan komt ook voor hem de bevrijding, in Warbeyen, in zicht.
De Duitsers, die aanvoelden dat ze aan het verliezen waren, staken in nood de dijken van de rivier de Rijn door. Hierdoor kwam de boerderij van Van der Sandt onder water te staan. Om dit te overleven vluchtte pap naar de hooizolder. Toen later de geallieerden met hun amfibievoertuigen de boerderij omsingelden, ontsnapte pap (met zijn hele hebben en houwen) aan de Duitsers en ging met de Engelse soldaten mee. Voordat ze echter op de verzamelplaats midden in Warbeyen aankwamen, werden zij door Duitse sluipschutters beschoten. Voor paps ogen kwamen toen Engelse soldaten om. Twee nachten heeft hij daarna nog tussen de bevrijders geslapen voordat zij hem, met enkele andere Nederlanders, naar de Nederlandse grens brachten. Van de Engelse soldaten, ‘Allied Expeditionary Force, 4D F.S. Section’, kreeg hij toen een tijdelijke pas.

Beetje bij beetje
5 maart 1945 kwam pap aan in Nijmegen waar hij meteen op zoek ging naar zijn broer Jan. Die woonde daar samen met zijn vrouw en kinderen, zij hadden daar de nodige bombardementen overleefd. 7 maart zette pap de voettocht naar Schaijk voort, naar zijn ongeruste moeder die al zeven maanden niets meer van haar zoon had vernomen.

Opzoeken
Na dat heftige onweer in de jaren 80 zijn wij met het hele gezin naar Warbeyen gegaan, op zoek naar de boerderij van de familie Van der Sandt. Om alles beter te kunnen begrijpen.
Eenmaal daar aangekomen kwamen de herinneringen bij pap weer helemaal naar boven.
Zo stil als hij eerst in de auto was, zo druk werd hij daar.
“Hier gebeurde dit en daar heb ik geschuild en toen gebeurde er dat daar…” Hij bleef rondlopen, aanwijzen. Liet ons zien hoe hoog in die dagen het water was komen staan. Heel indrukwekkend.
Uiteindelijk kwam pap na dat zware onweer ook terecht bij artsen die gelukkig zijn angsten, zijn trauma’s, begrepen. In die periode hield het zwijgen bij hem op en werden er steeds meer oorlogsverhalen verteld.

Sorry voor het lastig vallen
Aan de man van ‘112’, we zijn weer terug in 2018, omschreef ik de donderklappen als bommen, alsof het huis werd aangevallen, als in een oorlogsscenario. Ik vertelde hem van het noodweer, van het knetteren van elektriciteit dat na de vele bliksemontladingen continue om mij heen rondzong.
“Is er een levensbedreigende situatie mevrouw?” vroeg hij met een vriendelijke geruststellende stem.
“Nee meneer, sorry dat ik u hiermee lastig val en dat ik de lijn onnodig bezet houd…” Het was slechts één minuut, maar toch!

Maar voor mijn vader was het toen wél een levensbedreigende situatie. Niet voor even, nee, dagenlang.
En pap, ik denk dat ik jouw angsten nu ietsepietsie beter snap…

Lieve groet,
Anneliese

Open Dag – 20 jaar De Bourgondische Hoeve

Noteren
Zondag 27 mei is het zover, de Open Dag op De Bourgondische Hoeve, vanwege het 20 jarig bestaan. Ik kijk er echt naar uit, maar vind het intussen ook spannend.

Natuurlijk is er in de aanloop veel werk te verzetten. Om alles op tijd klaar te hebben houd ik mij de hele week al aan de gemaakte planning. En volgens mij gaan alle plannetjes, die gedurende de afgelopen weken in mijn hoofd zijn ontkiemd, lukken. Mijn notitieboekje is op dit moment m’n grootste vriend. Alles kalk ik erin, zodat ik niets vergeet, hoop ik…

Jullie zijn van harte welkom!
Ondanks dat ik deze dag een intiem karakter meegeef, verkondig ik overal waar ik kom dat iedereen van harte welkom is. Hoe meer zielen hoe meer vreugd.
Op één van die adressen, het is weer eens bij de fysiotherapeut omdat mijn onderrug en knie protesteren, vertel ik hoe snel die 20 jaren eigenlijk omgegaan zijn.

Enthousiast meld ik ook de toegevoegde extra’s van die dag: een kraampje met de altijd zalige aardbeien van de buren Mario en Martien, schilder Geert met zijn kleurrijke aquarellen en over Angelika met haar super lekkere bonbons.
“En wat voor muziek heb je?”
“Muziek? Wat bedoel je?”
“Nou, is er levende muziek, is er een bandje die de sfeer een tandje omhoog gooit?”
“Weet je, als ik bij mij de ramen en de tuindeuren openzet heb ik het mooiste orkest dat je je kan bedenken: de vogels, puur natuur! En buiten dat, de mensen willen praten mét en luisteren náár elkaar.”

Verrassing
Als ik later thuis de oprit oprij, denk ik nog na over welke achtergrondmuziek hier zou passen. Maar op het moment dat ik de auto uitstap, krijg ik hierop gelijk het antwoord op een presenteerblaadje aangeboden: de kikkers!
Blijer kan je me niet maken. De mooiste muziekuitvoeringen hier op het terrein, verzorgd door de dieren wel te verstaan, is toch wel die van de kikkers in mijn vijver. Wat een bravoure, wat een uitgelatenheid. Met hun kwaakblazen produceren ze hoge en lage kwaakgeluiden waarmee ze elkaar het hof proberen te maken.

En nu zijn ze er weer, eindelijk, hier keek ik naar uit. Theo genoot hier altijd ook zo van…
Mijn gevoel zegt dat ze dit jaar iets later in de maand mei actief zijn dan de vorige jaren. Grappig, dit had zo maar een onderdeel van mijn planning kunnen zijn, één van die aantekeningen in mijn notitieboekje: Blaasconcert verzorgd door de kikkers. En dat dan precies in dit weekend. Mooi toch?!

Genieten met een grote G
En ik? Ik geniet van dit alles met volle teugen! Ik kijk uit naar de ontmoetingen, naar de vertrouwde gasten, naar het weerzien, hier bij mij op de Hoeve.

Maar goed, nu nog even de laatste puntjes op de welbekende ‘i’ zetten zodat, als jullie hier het terrein oprijden, dit allemaal picobello in orde is! Vanaf 12 uur staan zondag de deuren wagenwijd open en komt de geur van vers gezette koffie jullie tegemoet…

Lieve groet,
Anneliese. 

Kikkerfoto is gemaakt door Ingrid Wassenburg.

Terug in de tijd, leuke overpeinzingen…

Opening
In gedachten keer ik terug naar de laatste dagen voordat wij ons nieuwe 3e restaurant openden. 20 jaar geleden. Genaamd ‘De Bourgondische Hoeve’.
Op het laatste moment zaten wij nog zonder stoelen. We hadden ze al een dikke acht maanden daarvoor besteld maar dankzij een staking in de havens van Jakarta in Indonesië waren ze niet op tijd binnen. Het gooide onze bloeddruk omhoog. Pas twee uur voor de opening kregen we andere stoelen in bruikleen, pfff.

Even een hoopje grind wegwerken
Op die bewuste dag werd buiten nog hard gewerkt. Met een shovel verspreidde de buurman een berg grind op het pad en creëerde zo een mooie geëgaliseerde oprijlaan. Terwijl wij binnen druk in de weer waren met de laatste voorbereidingen, trok vriendin Charlotte met een hark het grind aan de kanten glad. Tjonge jonge, die voelde de volgende dag spieren waarvan ze niet wist dat ze die had, maar wat waren wij dankbaar met haar hulp…

Sabbatical Year
Kennis maken met verborgen spieren was voor ons niets nieuws meer, zelfs heel herkenbaar. Want ja, als je een boerderij koopt waarin je een restaurant wilt beginnen, moet er veel werk verzet worden. Werkzaamheden die we niet gewend waren. Zo waren we ineens aan het verbouwen, slopen, timmeren, schuren, verven, kitten, metselen, graven, etc. etc. in plaats van aan het koken en serveren. Dat was voor onze spieren, ons lijf, flink wennen.
Een jaar om nooit te vergeten, we hebben ervan genoten, we hebben alles vervloekt en wat waren we blij met het resultaat. Een droom werd werkelijkheid.

Waar blijft de tijd?
Onvoorstelbaar, het is alweer 21 jaar geleden dat wij hier neerstreken. Eerst verbleven we een maand in een caravan, totdat die uit logeren ging. Vervolgens woonden we bijna twee maanden in twee grote tenten van Jong Nederland. In de tussentijd maakten we ons nuttig met het omtoveren van de paardenstal tot een gastenverblijf. Toen we daar in konden gaan wonen kwam het ‘kramperen’ tot een einde. Eindelijk weer douchen. En slapen in een fatsoenlijk bed!
Vanaf dat moment ging het grote verbouwen van de boerderij van start. Met hulp van familie en vrienden realiseerden we beetje voor beetje onze ideaal. Stukje voor stukje kregen we meer beeld en inzicht van de ruimtes, zoals de keuken, toiletgroep, restaurant. Alles bloeide rondom ons op. Ook wij.

Mei 1998
Op het moment van de opening was de verbouwing nog niet helemaal op z’n end. Zo moesten we het oude voorhuis nog ontdoen van houtworm en voorzien van nieuwe balken. Wat waren we trots op het uiteindelijke resultaat. Ook de vijver, Theo’s droom, was bij de opening nog niet helemaal klaar, ondanks dat er intussen al 150 vrachtwagens zand waren weggereden. De witte zandvlakte werd met gras ingezaaid, bomen en struiken gepoot. Zoals de treurwilg en de moerascypres, twee iconen die nu bij de vijver niet meer zijn weg te denken…

Zondag 27 mei is het zover
Een ‘Open Dag’ eist veel voorbereidingen, hoe vul ik de dag, wat ga ik serveren, het schrijven van een nieuwsbrief, het plaatsen van berichtjes op Facebook. Afijn, de PR draait op volle toeren.
Overheerlijke bonbons, sappige smaakvolle aardbeien en kleurrijke schilderijen maken de dag samen met mijn Streekwinkeltje Het Weckparadijs en de Koffie- en Theeschenkerij compleet.
Maar voordat ik zondag 27 mei de voordeur om 12 uur openzet, ben ik nog druk in de keuken. Zo moet ik onder andere taarten bakken, pannen vol aspergesoep koken en parfaitijs bereiden.
En niet vergeten de cadeautjes inpakken die ik jullie zondag 27 mei bij het weggaan meegeef. Een cadeautje met iets van mij én iets van Theo. Want De Bourgondische Hoeve was van Theo én mij. En bij dit jubileum hoort ook Theo, in gedachten en op papier…

Tot zondag 27 mei???

Lieve groet, Anneliese.

Inburgeren in de vijver

Hoera
De vijver is sinds kort twee koi-karpers rijker. Omdat hun vorige verblijfplaats voor hen te krap werd, moesten ze verkassen. Hier zijn ze van harte welkom! Mijn vijver is tenslotte een stukkie groter, er is plek zat.

Bezorgde baas
Na een telefoontje met de vraag: “Mogen ze bij jou in de vijver?”, is het zover.
Voorzichtig tillen we de zakken, gevuld met karpers en water, achter uit de auto en lopen het eilandje op, richting steiger.
Daar laten we ze, in hun ‘doorkijk-koffer’, te water. Zo kunnen ze langzaam, op hun gemak, de omgeving bekijken èn acclimatiseren. De baas houdt het goed in het in de gaten, hij is de kenner en weet wanneer het moment daar is om ze los te laten. De omschakeling van de temperatuur naar het nieuwe water heeft even tijd nodig. Eerst liggen de karpers nog stil maar zodra ze meer gaan bewegen is het moment daar en laten we ze vrij. Beiden zwemmen met een vaartje weg, op verkenningstocht!

Kleurrijk
Intussen krijgen ze gezelschap van de andere bewoners, die hen nieuwsgierig, al snuffelend, begroetten. Vele kleuren koi-karpers schieten door het water langs hen heen: bruine, grijze, gele, grijsblauwe, rood-oranje, bruinzwarte. Samen met de nieuwe karpers, wit met hier en daar een oranje vlekje, vormen ze een bont gezelschap.

Broodmoment
Als ik de steiger oploop, en net als de oude baas op het hout klop, komen de karpers er gelijk aan gezwommen. Ze weten dat ze wat lekkers krijgen.
Zittend op mijn vaste plek, stukjes brood gooiend in het water, is het genieten met een grote G. Er komen steeds meer karpers tevoorschijn, de tamtam doet zijn werk. Over elkaar heen buitelend proberen ze allen wat brood te bemachtigen. Het is echt hun speelkwartiertje…

De natuur
Waren de bomen en stuiken een maand geleden nog kaal en bruin, nu zit alles in het blad en is alles groen. Ook in de vijver is alles tot leven gekomen. Zo is er nog niks te zien en zo ligt het wateroppervlak vol met het frisse groene blad van de dotter en het groen-rode blad van de waterlelies. Ook de kikkers starten hun kwaakconcerten op. De eerste libellen zijn gesignaleerd. Heerlijk!

Uitbarsting
De natuur is geëxplodeerd. Gefascineerd heb ik dat om me heen zien gebeuren, elk jaar weer een wonder. En de twee nieuwe bewoners? Die hebben het volgens mij goed naar hun zin in hun nieuwe omgeving.
Tja, daar zat ik ook echt niet over in…

Fijne zondag!
Lieve groet, Anneliese.

Dodenherdenking, 4 mei 2018

Dorpshuis Schaijk
Het is vrijdagavond, 4 mei, Dodenherdenking. Ik zit in het dorpshuis van Schaijk, de Phoenix. Samen met mijn familie: mijn zus, broers, hun partners, kinderen en kleinkinderen. Mam hoort daar natuurlijk ook bij, maar haar gezondheid laat haar in de steek, zij zit thuis voor de tv, kijkend naar de live-uitzending van TV-Landerd. Héél jammer, want alles draait vanavond tenslotte om haar persoon en haar verhalen, zo bijzonder…
Wekenlang leefden wij als gezin hiernaartoe.

Eindelijk…
Een paar maanden terug werd ik gebeld. “Jouw moeder heeft toch oorlogsverhalen geschreven? Zou zij met Dodenherdenking ‘n verhaal uit één van haar boeken willen voorlezen?”
“Ik zal die vraag aan haar voorleggen”, gaf ik als antwoord.
Toen ik mijn moeder even later aan de telefoon had en haar die vraag voorlegde bleef het stil aan de andere kant van de lijn. “Mam? Ben je daar nog?”
“Eindelijk…”, hoorde ik haar zachtjes zeggen. In dat ene woord klonk blijdschap én erkenning door.

Oorlogsverhalen
Gezamenlijk gingen wij aan de slag. Boeken doornemen, teksten uitzoeken.
Om tenslotte tot de conclusie te komen dat niet één maar drie verhalen het thema ‘Verzet’ zouden versterken. Met als afsluiter haar gedicht ‘Angst’. En hoe mooi zou het zijn dat van elke gezin één persoon iets zou voorlezen. In mams hoofd herleefde ze de oorlog, het was daar druk, ze moest erover vertellen, elke dag weer.

Emotioneel
En nu is het dan zover. Zitten we op gereserveerde plaatsen, vooraan, naast de burgervader. De spreker staat achter zijn desk, klaar om de avond te openen. Hij leidt ons deze avond door alle verhalen, gezangen en speeches heen. Als hij iedereen welkom heet en daarbij ook mijn moeder, Betsy van der Zanden, thuiszittend voor de buis, heb ik moeite om mijn tranen binnenboord te houden. Oeps, die komt binnen. Hij vertelt in het kort over haar leven tijdens de oorlog, dat zij als naaister op vele adressen kwam, veel hoorde, hand- en spandiensten verzorgde op haar fiets, maar bovenal vooral moest zwijgen. Dat zij dit alles toen al vastlegde op de vele ‘kladjes’.

Vertellen
Foto’s op het grote scherm vergezellen de sprekers. Zo ook die van ons mam als wij het podium betreden om háár verhalen te vertellen. Eerst Laura, de dochter van mijn jongste broer Mario, dan mijn oudste broer Henk, en vervolgens ikzelf. Met trots staan we daar, dat geven wij door en volgens mij was dat ook voelbaar in de zaal. We vertellen over de oorlogsjaren, haar broer Jan die voor onderduikadressen zorgde, over de V1-bommen, over het verzet, over bonkaarten. Over koerier Harry, hoe hij samen met andere burgers hun leven op het spel zetten om de onderduikers te helpen. Over 20 september 1944, toen een gewonde Duitse soldaat oma, mam en ome Jan onder schot hield, die uiteindelijk blij was met een kopje water. De angst die ze toen voelde verwoordde ze in een gedicht. Diaz mag dit voorlezen, hij is de kleinzoon van mijn zus Corry, achterkleinzoon van ons mam. Hij doet dat vol verve. Zo zijn alle generaties die mijn ouders hebben nagelaten deze avond aan het woord, hoe bijzonder! Hierna is het tijd om naar buiten te gaan, het is bijna 20.00 uur.

Afsluitend
Buiten gingen de kippenvelmomenten door. Het gevoel van saamhorigheid als familie, als dorp, als één met onze gedachten bij de oorlogsslachtoffers.
Op het einde zing ik dan ook uit volle borst, staande naast een oorlogsveteraan, het Wilhelmus.
Later praten we nog na, in de Phoenix, over deze avond. Hoe geslaagd, emotioneel en bijzonder die is. Samen met de burgemeester, de oude huisarts, oude klasgenoten. Het voelde als thuiskomen in een vertrouwd nest.

De V van…
Terugrijdend naar huis stuiter ik nog na over wat ons en mij deze avond overkwam. En plots overvalt me het gevoel van alleen zijn, sterker dan ooit. De V van Vrede moet ik even inruilen voor de V van Verdomme, sorry.

Lieve groet, Anneliese.

Ik sluit af met het gedicht dat mijn moeder in 2004 schreef, 60 jaar na Market Garden. Betsy van der Zanden-van der Heijden

Het gedicht ‘Angst’

“Tegen niemand zeggen”, het klonk als een bevel.
Tegen niemand zeggen, de eerste dagen waren soms een kwel.
Vaak keek ik achter het huis en tuurde naar de schuur.
Weer was ik gerust, al was het maar van korte duur.
Dan zag ik weer die riem met al dat koperwerk.
Een rilling, even maar en dan weer vlug aan het werk.

Jij was zo jong, een paar jaar ouder maar dan mij.
Veel later voelde ik alleen maar medelij.
Dan zie ik weer die ogen, die naar mij keken.
De angst van mij was niets bij die van jou vergeleken.
Je beefde toen je dat kopje water uit mijn handen nam.
Was het de koorts of omdat ik zo dichtbij jou kwam?

Hoe dikwijls heb jij aan dat angstige meisje gedacht?
Hoe ze later zou zijn als ze niet bang is maar vrolijk lacht.
Soldaatje heb jij misschien ook bijna 60 jaar gezwegen.
Een medaille voor moed heb jij wellicht nooit gekregen.
Maar zeker is dat jij ooit in gedachten hebt zien staan,
dat verlegen meisje… en die waterput… ver weg in Holland
ver weg… in de Schaijkse Lagebaan.

 

Adieu restaurant Bloemers…

 

Nieuwe uitdagingen lonken 

Vandaag, zondag 29 april, is het dan zo ver. Het is al een hele tijd geleden aangekondigd, maar restaurant Bloemers in Oeffelt sluit definitief haar deuren. Ze zijn toe aan nieuwe uitdagingen en daar geef ik ze groot gelijk in. Ondanks dat ga ik het restaurant ontzettend missen. Maar het leven gaat door. Soms moet je een andere weg inslaan. Dat is gezond, dat geeft nieuwe inzichten en nieuwe energie.

 

Melancholie
Ruim 14 jaar geleden attendeerde onze wijnleverancier ons op dit restaurant. Nieuwsgierig gingen wij daar direct op af. Vanaf moment één waren wij verkocht. Maarten in de keuken en Susanne in de bediening, een perfect koppel. Het werd ons lievelingsrestaurant.

 

Nazit
Je kon ons er meestal op de maandagavond vinden, gewapend met bloknoot en pen. Want we maakten er meteen ons huiswerk. Op die avond bepaalden we tussen de gerechten door het menu voor het komende weekend. De basis daarvan bestond, afhankelijk van het seizoen en oogst kas, moestuin of boomgaard, uit ingrediënten van eigen land. Als dat klaar was konden we ons daarna volledig uitleven op diner en wijn. Uiteraard schoven na afloop Maarten en Susanne aan bij ons tafeltje. Praten over het werk, gerechten, smaken, recepten, wijnen, et cetera. We hadden altijd voldoende gespreksstof.  

 

Herinneringen 

Voor mij liggen daar veel herinneringen. We hadden ons vaste tafeltje dat dicht bij de bar stond en dicht bij de keuken. Via het raam hielden we contact. Het enige wat we bij binnenkomst nog moesten bepalen, was wie richting keuken of restaurant ging zitten.

 

Theo
In de zomer was het in de beschutte tuin, achter het restaurant, goed toeven. Zo ook de laatste keer dat Theo en ik daar zaten. Theo kon nog maar kleine hapjes eten, maar genoot van de zwoele avond. Zo is het lied van Frank Boeijen, ‘Zeg me dat het niet zo is’ voor altijd verbonden aan die laatste avond, saampjes daar. Een dierbare avond met mooie herinneringen. Frank Boeijen: ‘Zeg me dat het niet zo is’

 

Persoonlijk
In die 14 jaar Bloemers hebben we plezierige, moeilijke, feestelijke en verdrietige momenten gedeeld. Het gezin breidde uit. En ondanks het leeftijdsverschil pasten we goed bij elkaar. Eén week na Theo’s overlijden, stonden zij, op verzoek van Theo, in zijn keuken, voor onze familie te koken, op de dag van Theo’s afscheid.  

 

Mijn allerlaatste etentje 

Twee weken geleden heb ik voor het laatst bij hen gegeten. Genoten van Maartens klassiekers, zoals de Crème Soep van Schaaldieren met daarin als extraatje een paar heerlijke oesters… Hier heb ik geleerd om in mijn eentje uit eten te gaan, om ook dan te kunnen genieten van een heerlijk diner. Ik voelde me daar thuis omdat ik wist dat Theo mij met een glimlach in de gaten hield. In gedachten hoorde ik hem dan zeggen; ‘Goed zo meissie, dat doe je goed.’

 

Dank
Maarten en Susanne, bedankt voor 14 jaar verwennerij in jullie restaurant. Het zal voor mij, en velen met mij, raar zijn om niet meer in jullie restaurant te kunnen aanschuiven, te kunnen genieten van Maartens kookkunsten. Zoals bijvoorbeeld van zijn drie-bereidingen van tonijn, of in de wildtijd hertenstoof, -bief en -sucade. Of de gebakken rogvleugel met beurre noissette en kappertjes. Of, of… Het is over en uit.

 

Ik wens jullie heel veel succes met de nieuwe stappen die jullie gaan zetten, geniet van de kinderen, het is tijd voor quality-time!

 

We houden contact.

 

Lieve groet,
Anneliese

 

Adieu restaurant Bloemers…

 

Nieuwe uitdagingen lokken
Vandaag, zondag 29 april, is het dan zo ver. Het is al een hele tijd geleden aangekondigd, maar restaurant Bloemers in Oeffelt sluit definitief haar deuren.

Ze zijn toe aan nieuwe uitdagingen en daar geef ik ze groot gelijk in. 

Ondanks dat ga ik het restaurant ontzettend missen. Maar het leven gaat door. Soms moet je een andere weg inslaan.

Dat is gezond, dat geeft nieuwe inzichten en nieuwe energie.

 

Melancholie
Ruim 14 jaar geleden attendeerde onze wijnleverancier ons op dit restaurant. Nieuwsgierig gingen wij daar direct op af. Vanaf moment één waren wij verkocht. Maarten in de keuken en Susanne in de bediening, een perfect koppel. Het werd ons lievelingsrestaurant.  

 

Nazit 

Je kon ons er meestal op de maandagavond vinden, gewapend met bloknoot en pen. Want we maakten er meteen ons huiswerk.

Op die avond bepaalden we tussen de gerechten door het menu voor het komende weekend. De basis daarvan bestond, afhankelijk van het seizoen en oogst kas, moestuin of boomgaard, uit ingrediënten van eigen land. Als dat klaar was konden we ons daarna volledig uitleven op diner en wijn. Uiteraard schoven na afloop Maarten en Susanne aan bij ons tafeltje. Praten over het werk, gerechten, smaken, recepten, wijnen, et cetera. We hadden altijd voldoende gespreksstof.


Herinneringen 

Voor mij liggen daar veel herinneringen. We hadden ons vaste tafeltje dat dicht bij de bar stond en dicht bij de keuken. Via het raam hielden we contact. Het enige wat we bij binnenkomst nog moesten bepalen, was wie richting keuken of restaurant ging zitten.

 

Theo
In de zomer was het in de beschutte tuin, achter het restaurant, goed toeven. Zo ook de laatste keer dat Theo en ik daar zaten. Theo kon nog maar kleine hapjes eten, maar genoot van de zwoele avond. Zo is het lied van Frank Boeijen, ‘Zeg me dat het niet zo is’ voor altijd verbonden aan die laatste avond, saampjes daar. Een dierbare avond met mooie herinneringen.  Frank Boeijen: ‘Zeg me dat het niet zo is’  

 

Persoonlijk
In die 14 jaar Bloemers hebben we plezierige, moeilijke, feestelijke en verdrietige momenten gedeeld. Het gezin breidde uit. En ondanks het leeftijdsverschil pasten we goed bij elkaar. Eén week na Theo’s overlijden, stonden zij, op verzoek van Theo, in zijn keuken, voor onze familie te koken, op de dag van Theo’s afscheid.  

 

Mijn allerlaatste etentje 

Twee weken geleden heb ik voor het laatst bij hen gegeten. Genoten van Maartens klassiekers, zoals de Crème Soep van Schaaldieren met daarin als extraatje een paar heerlijke oesters… Hier heb ik geleerd om in mijn eentje uit eten te gaan, om ook dan te kunnen genieten van een heerlijk diner. Ik voelde me daar thuis omdat ik wist dat Theo mij met een glimlach in de gaten hield. In gedachten hoorde ik hem dan zeggen; ‘Goed zo meissie, dat doe je goed.’

 

Dank
Maarten en Susanne, bedankt voor 14 jaar verwennerij in jullie restaurant. Het zal voor mij, en velen met mij, raar zijn om niet meer in jullie restaurant te kunnen aanschuiven, te kunnen genieten van Maartens kookkunsten. Zoals bijvoorbeeld van zijn drie-bereidingen van tonijn, of in de wildtijd hertenstoof, -bief en -sucade. Of de gebakken rogvleugel met beurre noissette en kappertjes. Of, of… Het is over en uit.

 

Ik wens jullie heel veel succes met de nieuwe stappen die jullie gaan zetten, geniet van de kinderen, het is tijd voor quality-time!

We houden contact.  

 

Lieve groet,
Anneliese