Featured

Er was eens … (130 jaar geleden)

We noemen haar Elisabeth, Betje de Kleijn

27 oktober 1887 wordt in Dordrecht een meisje geboren, Elisabeth, dochter van Marjanneke en Joost de Kleijn-Klaassen. Zusje van Kee, Tinus en Dorus. Kind van een Oost-Brabants, Schaijk, gezin dat in 1884 naar Dordrecht verhuist. Op dat moment, tweede helft 19e eeuw, is in Nederland de Industriële Revolutie in volle gang. Veel mensen van het platteland vertrekken, om de armoede te ontvluchten, naar de grote steden, op zoek naar werk. Zo ook dit gezin.

Wat vind ik nu zo bijzonder aan hen zal je je afvragen. Nou, het zijn mijn overgrootouders, en dat meisje is mijn oma, haar roepnaam Betje.

Mooie stad Dordrecht

Altijd als de stad Dordrecht vernoemd wordt moet ik aan hen denken. Ik reageer ook altijd heel enthousiast met: ‘Mooie stad hè. Weet je dat mijn oma daar is geboren? Ze heeft er samen met haar ouders in horecabedrijven gewoond en gewerkt, eigenlijk net zoals ik dat nu doe. En, en …’ Tja, dan val ik stil, want meer weet ik niet.

Het zal een jaar geleden zijn dat ik met vriendinnen in een restaurant in Venlo zit. Eén van hen heeft Dordrecht bezocht. En ja, stante pede herhaal ik weer hetzelfde riedeltje. Op de terugweg naar huis bedenk ik me dat dit eens moet ophouden. Ik hier meer over wil weten. Het zijn verdikkeme mijn voorouders, het is mijn eigen geschiedenis. Achter het stuur van de auto besluit ik op onderzoek ga en dat ik er wellicht een boek over ga schrijven. Het is een jaar na het uitbrengen van mijn eerste boek en het begint te kriebelen: ik wil weer schrijven, alleen nu niet over rouw.

Op naar mijn moeder

Mijn moeder, net 91 jaar geworden, is mijn eerste aanspreekpunt. Wat kan zij mij vertellen over het leven van haar moeder, oma, opa, tante en ooms in Dordrecht? 35 jaar geleden heeft zij hier ook eens onderzoek naar gedaan in diverse archieven. Dat resulteerde in drie boeken over de geschiedenis van onze families. In die tijd vond ik dat niet zo interessant. Maar ja, je wordt ouder en tijden veranderen …

Met pen en papier in de aanslag zit ik bij haar op de bank. Haar boeken hebben we al doorgenomen maar over die 15 jaar in Dordrecht heeft ze niet veel geschreven. Ik hoop nu op overleveringsverhalen. Het resultaat valt jammer genoeg tegen. Mijn oma was erg jong, pas elf jaar, toen ze Dordrecht verlieten, de herinneringen die ze doorverteld heeft zijn summier. In die tijd liet men het verleden ook rusten. Later had ze het erg druk met het runnen van haar grote gezin, vooral na het vroege overlijden van opa, en ze was ook niet zo’n prater. Mijn moeder is het tiende kind in de lange rij van dertien. Haar oudste zus Marie had hier zeker meer over kunnen vertellen. ‘Maar’ zegt mam dan; ‘daarvoor moeten we naar de hemel’.

Archief in, archief uit

De ouders van oma, ofwel de grootouders van mijn moeder, zijn dus eind 19e eeuw naar Dordrecht vertrokken. ‘Waarom, wie waren ze, wat deden ze daar precies?’ Steeds meer vragen borrelen in me op. Antwoorden wil ik, en om die te vinden ga ik de hort op en kom zo terecht bij het Regionaal Archief van Dordrecht. Zoeken naar mijn Dordtse roots: op zoek naar Joost de Kleijn en Marjanneke Klaassen, op zoek naar het leven van mijn overgrootouders in, voor toen zeker, het verre Dordrecht. In die tijd ging je niet zomaar van A naar B. Er waren nog geen auto’s, er reed een enkele trein. Trekschuiten, stoomboten en paard met wagen waren toen de gangbare vervoersmogelijkheden. En je kon ook te voet gaan. De afstanden werden in die tijd ook aangegeven met: zoveel uur gaans. Ofwel, zoveel uur te lopen. Bij mij rijst dan direct de vraag op: hoe hebben zij die honderd kilometer overbrugd?

Hotel – Café – Koken – Recepten

Al zoekend in de archieven kom ik boterhandelaar Albers uit Grave tegen die in 1883 zijn boter/margarinefabriek verplaatst naar Dordrecht. Joost krijgt daar werk, al eerder voor ze definitief verhuizen. Van daaruit probeert hij de grote overtocht te regelen, een woning te vinden en een school voor de kinderen. Het gezin de Kleijn woont op diverse adressen in Dordt. Als eerste kom ik de Sluisweg tegen, en vervolgens de Geldelooze Pad, de Wijnstraat (Het Burgerhotel), de Cornelis de Wittstraat (Café de Ruwaard van Putten) en als laatste de Nieuwstraat. Hoe meer ik door mijn onderzoek te weten kom, hoe meer respect ik voor ze krijg. Een heel nieuw leven opbouwen in een voor hen onbekende stad, zoveel onzekerheid. Ze hadden wel lef! Ik krijg ook gaandeweg steeds meer een band met Marjanneke, mijn overgrootmoeder. Al is het alleen al door alle lekkere recepten!

Het boek komt eraan!

Zo heb ik bijna hun hele tijdlijn kunnen ontrafelen. En ik altijd denken dat zoiets alleen maar bij beroemde mensen kan. Ik ga proberen de 15 jaar die mijn overgrootouders en hun kinderen in Dordrecht doorbrachten, met woorden weer tot leven te brengen. Daarvoor ga ik nu hard aan het werk, samen met een vriendin die mijn teksten gaat redigeren en samen met een schrijfcoach die me ondersteund en achter mijn vodden gaat zitten. Mijn streven is om volgend jaar april-juni het boek te presenteren. De werktitel voor nu is: ‘Marjanneke, een stoer wijf’ , maar die kan nog wel tig keer veranderen…

Via mijn website (www.debourgondischehoeve.nl/blog) en facebookpagina’s (De Bourgondische Hoeve / Anneliese Vonk / Marjanneke, een stoer wijf) kan je zien hoe het boek zich ontwikkelt.

Gisteren, 27 oktober 2017, was dus de 130e geboortedag van mijn oma, een reden om hier even bij stil te staan.

Advertenties

Mam

Afgelopen dagen heb ik me gebogen over onderstaande blog waarin ditmaal mijn moeder de hoofdrol heeft.
Waarom zij? Dat zal ik jullie vertellen.
Door haar hoge leeftijd en gebreken is haar wereld een stuk kleiner geworden. Van de mensen om haar heen houdt ze alles bij. Ze geniet, ondanks alle narigheid, van het leven en wil voorlopig nog even op deze aardkloot blijven. Maar ze moet/wil dan wel iets hebben om naar uit te kijken.
Wat? In deze blog vertel ik jullie daar alles over. Let op: Dit is de eerste van een hele serie. Hou deze pagina daarom goed in de gaten!

Oud worden is leuk, maar oud zijn…
Mams lichaam is oud, versleten, ziek en zwak, 92 jaar oud.
Mams geest doet het nog goed, alhoewel ze dat zelf ontkent. Ze kan alles gewoon niet meer zo goed onthouden, doch als ze de tijd neemt weet ze het vaak wél. Wij, de kinderen, vinden haar afgezien van alles super sterk.
Ze woont op zichzelf en denkt er niet aan om het huis, haar vertrouwde omgeving, te verlaten. Op de Kruilier wil ze blijven wonen tot haar laatste snik.
En oh ja, niet onbelangrijk, ze is ook eigenwijs.

Goede zorg
Ze krijgt veel hulp van familie en buurvrouw, de mantelzorg is elke dag aanwezig. Zo krijgt ze op tijd een glaasje fris, een broodje, een kop soep, schone kleren, warm eten. Tevens zorgen zij voor een schone aanrecht, dat ze haar rollator niet vergeet te gebruiken, een geveegde stoep, het snoeien van struiken, het planten van nieuwe coniferen die ze achteraf toch wel erg duur vindt voor, zoals ze zelf zegt, die paar weken dat ik nog leef.

Inleveren
De laatste 2 jaar, vanaf haar 90e verjaardag, gaat het duidelijk minder goed met haar. Ze heeft meer pijn, het eten smaakt haar vaak niet, met als gevolg veel gewichtsverlies. Niet leuk. Om meer sjeu aan dit leven te geven probeert ze elke keer naar iets toe te leven. Dat begon met de geboorte van haar 5e achterkleinkind, Max, in februari 2017. Daarna het overkomen vanuit Canada van haar zus Dora in juni. Ondertussen blijft ze goed op de hoogte van ons wel en wee.

2019
Nu, aangekomen in 2019, is de eerste streefdatum op de kalender 1 februari, de dag dat ik de sleutel van mijn nieuwe huis in Beuningen krijg.
Maar ze heeft meer nodig. In de wandelgangen horen we fluisteren dat tante Dora plannen heeft om in april weer naar Nederland te komen. We wachten af…

Herdenken
In de krant valt mijn oog op een artikel over ‘75 jaar Market Garden’. Wauw, dan is het alweer 5 jaar geleden dat we met ons gezin langs de Rijksweg in Reek de ‘geallieerden’ stonden toe te juichen.
Op dezelfde plek waar mam 75 jaar geleden, op 19 september 1944, ook stond. Een dag die bij mam diep in haar geheugen staat gegrift.
In haar boek “Welkom bevrijders!” verhaalt ze over die dag, de oorlog en de vele avonturen van haar familie en zichzelf.

Market Garden
Op internet zie ik dat er al vele activiteiten staan gepland rondom de komende herdenking van Market Garden. Ik realiseer me dat de mensen die dit hebben meegemaakt, mochten ze nog leven, nu allemaal op zeer hoge leeftijd zijn. Hoeveel zouden er nog over mee kunnen praten?

Ineens krijg ik een idee.

1944
Hoe mooi zou het zijn om jullie, samen met mam, mee terug te nemen naar 1944 met haar verhalen, herinneringen die nu door onze gesprekken naar boven komen.
Elke maand een verhaal, van januari tot en met september, terug in de tijd, terug naar 1944.
Elke keer weer een datum waar mam naar toe kan leven.
En wij nu ook!

Wordt vervolgd!

Lieve groet,
Anneliese

 

Verdi of Breck?

Opgeweckt
Afgelopen zondag werd ik, net als heel Nederland, wakker in een wit wereldje. Voor die dag had ik op de valreep nog een kerstmarkt weten te regelen. Genietend van de mooie natuur om me heen tufte ik in mijn auto even later ‘opgeweckt’ naar het winkelcentrum van Malden. De wagen gevuld met vele soorten jam, chutney, mosterd, pesto en kerstpakketjes.

Nog best onwennig
Eenmaal gewend aan het winters landschap om me heen zette ik de radio aan, op Omroep Gelderland.
“Aha, Daan Hartgers draait nu, lekker rustige muziek, veelal klassiek. Daarbij kan ik altijd zo heerlijk mijn gedachten de vrije loop laten” was het eerste waar ik aan dacht.

“Hoe voel je je?” Die vraag is mij de laatste weken vaak gesteld.
“Goed” is dan elke keer mijn antwoord. Zo voel ik me ook. Maar daarnaast voel ik me eigenlijk ook onzeker, onwennig, ontheemd. De omschakeling is dan ook erg groot. Ineens hoef ik niets meer te regelen voor ‘de zaak’. Geen zorgen maken om kip, duiven en buitenboel. Het aantal vierkante meters is drastisch geslonken. En mijn agenda is bij wijze van spreken ‘leeg’. Héél raar…

Op weg
Het is een klein stukkie naar Malden. Na het weerbericht met de nodige waarschuwingen over gladde wegen kondigt Daan een klassiek nummer van Verdi aan.
Dat is leuk, Verdi, ik settel me iets dieper in mijn autostoel. Benieuwd naar welk stuk zet ik de radio alvast iets harder. Het eerste wat in me opkomt is De Vier Jaargetijden. Of komt La Traviata?
Dan klinken daar, terwijl ik Mook in rij, de eerste voorzichtige tonen van “Và, pensiero” ofwel “Het Slavenkoor”.
Boem, die had ik niet verwacht. Uit het niets borrelen emoties op, een soort ‘wake-up-call’.

Het Vonkenlied
In de laatste hectische maanden Siebengewald heb ik getracht de emotie ‘verdriet’, ‘het afscheid nemen’ van iets wat Theo en ik samen hebben opgebouwd, af te schermen. Daar probeer ik ook hier in Plasmolen rationeel mee om te gaan.
Totdat ik dus Verdi hoor. Spontaan lopen de tranen over mijn wangen, snijd het gevoel van het grote gemis van Theo als ware mijn lijf in tweeën.
Enkel door het horen van de eerste tonen van… ‘Het Vonkenlied’

40 jarig huwelijk
Voor elk feest in de familie Vonk werd een lied gemaakt. Natuurlijk ook voor het Robijnenjubileum van Pa en Ma Vonk.
Ine, zus van Theo, toverde daarvoor het ‘Slavenkoor’ om tot het ‘Vonkenlied’. In die tijd kenden wij het vooral als ‘Überall auf der Welt’, gezongen door Freddy Breck. Hij had daarmee een grote hit.
Ik zie ons allen uit volle borst zingend daar weer staan: “Ja, Vonk is de naam, die blijft voor ons altijd bestaan.”
Voor de grap hadden vier zonen, waaronder Theo, op dat feest, met lipstick een letter op hun buik geschreven. Bij het woord ‘Ja’ tilden zij, naast elkaar staand, gelijktijdig hun overhemd op. Een V, een O, een N en een K maakten duidelijk hoe trots zij op hun ouders waren.

Lijflied
De rit van Mook naar Malden bleek één ‘Va, pensiero’ lang te zijn, zo’n dikke 5 minuten.
Terwijl ik de auto bij het winkelcentrum parkeerde, veegde ik de laatste tranen weg. ‘Ja Vonk is de naam’ was en blijft ons lijflied. Dat werd me op dat moment weer eens duidelijk gemaakt.

Bij het googelen naar ‘Va, pensiero’ ofwel ‘Het Slavenkoor’ kwam ik diverse uitvoeringen tegen. Een die héél indrukwekkend is wil ik jullie niet onthouden: ‘Va, pensiero’
Die van Freddie Breck klinkt echter een stuk luchtiger:
‘Überall auf der Welt’

En oh ja, het was genieten in Malden, leuke bezoekers, mooie plek, overdekt en warm, indrukwekkende gesprekken met onderwerpen zoals het wecken van, rouw, de toekomst in Beuningen…
En dan denk ik aan de eerste vier regels van Freddie Brecks tekst. De eerste twee in het Duits, de andere twee vertaald in het Nederlands…
Überall auf der Welt scheint die Sonne, und das Leben erwacht von ihren Strahlen.
Overal zoeken mensen naar liefde en ze geloven en hopen voor zichzelf en voor de wereld.

Fijne dag, lieve groet, Anneliese

 

 

Wentelteefjes

Blijven schuiven
Ik neem jullie in mijn gedachten zo’n dikke 50 jaar mee terug in de tijd. Hierbij komt het beeld van mijn moeder naar boven, in de keuken bij het kolenfornuis. Ze staat half voorovergebogen boven de koekenpan die ze zachtjes langzaam heen en weer beweegt. Het oude brood, gedoopt in een beslag van ei en melk, dat begint te kleuren én te geuren, mag natuurlijk niet aanbakken. Eenmaal goed van kleur, het eierbeslag gaar, krijgen wij, de kinderen, ieder een hele snee op ons bordje geschoven. De suikerpot die midden op de keukentafel staat gaat rond. Jullie begrijpen dat het voor ons toen elke dag wel restjesdag mocht zijn. Want waar mijn moeder echt een kei in is, is het creëren van lekkere simpele gerechten van de laatste kliekjes uit kelder, broodtrommel, koelkast of voorraadkast.

Waarom nu?
Waarom ik nu denk aan wentelteefjes? Dat zal ik jullie vertellen.
Het afgelopen weekend is op 90-jarige leeftijd de moeder van onze vriendin begraven. Later op de dag troffen we elkaar om even bij te kletsen. Wij, een oude vriendengroep met een luisterend oor, wilden uiteraard alles horen over de dienst.

We missen…
Ze beschrijft de dienst, de toegestroomde gasten, de volle zaal, de uit het oog verloren neven en nichten, oude kennissen, en het niet te onderdrukken gevoel van een reünie.
Tijdens de dienst vertelden zowel de kinderen als de kleinkinderen over het leven van moeder en oma. In elk verhaal werden haar kookkunsten geroemd. Uiteindelijk nam haar kleindochter, als vierde spreker, plaats achter de lessenaar. Ook zij had de herinneringen aan haar oma op papier gezet. Tijdens het voorlezen keek ze halverwege haar verhaal lachend op. “En wat ik het meest ga missen zijn toch wel haar…”
De zaal met genodigden schoot in de lach en vulden gezamenlijk haar tekst aan: “De wentelteefjes.”

Wederkerige Liefde
Mijn herinnering aan wentelteefjes zat ergens diep weggestopt, maar door haar verhaal proef, zie en ruik ik de wentelteefjes van mijn nu 92 jarige moeders weer. Daarbij komt ook dat gelukzalige gevoel van toen, bij het snoepen van die lekkernij, naar boven.
Kortom: door deze gebeurtenis staat het woord ‘Wentelteefje’ voor mij op dit moment gelijk aan ‘Liefde’. Wederkerige liefde wel te verstaan…

Recept
Theo bakte ook graag wentelteefjes. Tijdens één van de eerste kerstdiners bij De Bourgondische Hoeve serveerden wij die zelfs bij de voorgerechten. Hij gebruikte daarvoor sneetjes Kerststol. Maar wel mét geitenkaas van De Bokkesprong uit Veulen en een lepel honing uit de Maasduinen. Zoet met een hartige twist.
Als jullie zelf aan de slag willen met het bakken van Wentelteefjes heb ik voor jullie hieronder het recept mét de bereiding uitgewerkt. Dus aan de slag!

De Ingrediënten
Basis:
4 sneetjes oud brood
1,5 dl melk
2 eieren
1 volle el boter
Extra;
50 gram suiker
mespunt zout
snufje kaneel

Bereiding
Klop de eieren met de melk goed los in een ruime schaal.
Voeg daar eventueel aan toe de suiker, zout en kaneel.
Smelt de boter in een grote koekenpan.
Dompel de sneeën brood nu in dit eiermengsel. Neem voldoende tijd zodat ze zich goed kunnen volzuigen.
Als de pan gloeiend heet is, leg je de zompige sneeën in de gesmolten boter en bak je ze snel, met de pan heen en weer bewegend, om en om mooi geelbruin.
Serveer ze direct met het garnituur wat je al klaar hebt staan.

Smullen maar!
Zoete herinneringen die je dus ook hartig kan serveren.
Ik wens jullie een fijne dag.
Eén met veel ‘Wentelteefjes’-memories. Die voor iedereen weer anders is.
Ben nu best wel benieuwd, welke herinnering maakt jullie dag goed???

Lieve groet, Anneliese

(Foto: http://www.colruyt.be)

De Pannenkoekenbakker

Plasmolen
Al wandelend door Plasmolen, waar ik de komende 2 maanden verblijf, ruik ik op de terugweg naar mijn huisje een wel heel bekende lucht: die van pannenkoeken!
Een geur die ik uit duizenden herken. Automatisch gaan mijn gedachten terug naar de jaren 70.

1974
Het jaar dat Oranje, tijdens het WK, in de finale verloor van West-Duitsland.
Het jaar dat mijn zus Corry trouwde.
Het jaar dat ABBA het Songfestival won en Nederland derde werd met het lied ‘Ik zie een ster’ gezongen door Mouth & MacNeal.
Het jaar dat Theo bij de Holland Americalijn werkte, en wel op de SS Statendam.
En óók het jaar dat pannenkoekenrestaurant Netje’s Hof in Schaijk haar deuren opende.

Netje’s Hof
Dat was toentertijd een belevenis in Schaijk, een pannenkoekenhuis, in een oude boerderij! Het grappige was dat velen in het dorp op dat moment aan het pannenkoekbakken sloegen. Om te laten zien dat ze thuis een stuk goedkoper waren dan bij Netje’s Hof haha!! Hollandse zuinigheid zullen we maar zeggen. Voor de jongelui kwam er extra werkgelegenheid, zowel in de afwaskeuken als in de bediening.

Zware borden!
Ook ik meldde me aan, bij de familie Zegers. Ik werd aangenomen en mocht de bediening in. Al waren de borden loeizwaar (voor zo’n klein meid), ik bracht ze met veel bravoure rond, het was een super fijne tijd. Elk weekend was ik dan ook van de partij.

Oudejaarsdag
Zo ook op 31 december 1976. Spannende dag want de nieuwe chef-kok zou zijn entree maken. Dat bleek Theo te zijn. Door bemiddeling van wijngigant Pieter Taselaar wisselde Theo de keuken van De Oude Geleerde Man (Bennebroek) in voor die van Netje’s Hof. Hij werd met champagne ontvangen, samen met de baas proostte ik, heel verlegen, op Theo’s nieuwe baan.

Verliefd
Er was direct een klik. De liefde kwam dan ook snel om de hoek kijken, 3 maanden later hadden we verkering. 2 jaar later verloofden we ons en weer 1 jaar later trouwden we. En dit alles gebeurde in Netje’s Hof.

Herinnering
Het is trouwens lang geleden dat zo’n zoetige geur van pannenkoeken mijn neus inkroop. Een geur die herinneringen van 44 jaar geleden oproept. Van zoiets kan ik enorm genieten.
En wat er daarna met ons gebeurde? Dat is history…

Smakelijk eten!
Ik denk dat ik strakjes een pannenkoek ga bakken, ik krijg er ineens ontzettend veel zin in. Jullie ook?
Lieve groet, Anneliese

‘Samen zijn’ voelt zo verdomd goed!

Heel even..
Samen opstaan, samen ontbijten, samen lunchen, samen avondeten.
Het is al weer een tijd geleden dat er voor mij een ‘samen’ was. Maar pas mocht ik weer even ervaren hoe dat voelt, was ik voor vijf dagen onderdeel van een speciaal ‘gezin’.

Vakantie?
Na 2011 ben ik nog geen enkele keer echt op vakantie geweest. 1 nachtje weg, oké, 2 nachtjes weg, poeh poeh, wat een geregel, ik heb daar echt een probleem mee. Want wie past er op de boerderij en wie verzorgt de dieren? Wie vraag ik daarvoor? Wie moet ik daarmee lastig vallen? Vragen om hulp is niet mijn sterkste kant, maar het is die paar keer hartstikke goed gegaan.
Daar komt bij dat op vakantie gaan gewoon nog niet goed voelt, dat was iets dat we sámen deden, Theo en ik. En het is ook zonde om die paar zuurverdiende centen zo maar uit te geven, vind ik… Om mij over te halen moet het wel speciaal zijn.

Zal ik?
Dan is daar het moment. Jolanda Pikkaart, mijn schrijfcoach, vraagt of ik meewil op schrijfvakantie. Werken aan mijn boek én vakantie houden. Nou zo’n combinatie zie ik wel zitten! Maar het is van zondagavond tot en met vrijdagavond, vijf dagen en vijf nachten… Ondanks dat ik dan zo lang van huis ben besluit ik er even tussenuit te gaan en zeg ik dus ja.

Hoor ik daar Herman van Veen? ‘Opzij, opzij, opzij, maak plaats…’
Voordat ik die bewuste zondag om 18 uur kan vertrekken werk ik me die hele dag uit de naad. Het lijkt alsof ik pas van mezelf mag vertrekken als ik alles uit kas en tuin heb weggewerkt. Zoals de courgettes, walnoten, druiven, komkommers, tomaten, vijgen…
De dozen, waarin ik de potten stop die ik vanaf vroeg in de ochtend vul met fruit & jam & chutney & soep, stapelen zich gedurende die zondag op. Na volop gekookt en geweckt te hebben, mag ik eindelijk gaan.

Rust!
Drie kwartier later loop ik met mijn koffertje het terras van Ecofarm De Biezen in Aarle Rixtel op waar ik allerhartelijkst wordt verwelkomd door Rina, de gastvrouw. Ze wijst mij de kamer in de oude boerderij waar de tijd heeft stil gestaan. Nostalgie en rust dalen neer. Tijd om alles uit te pakken. En dat is bij mij veel. Het fijne van reizen met een auto is namelijk dat je die helemaal vol kan stouwen met bagage, meer dan nodig is, fijn voor iemand die geen keuzes kan maken. Zo liggen er alleen al vijf paar schoenen in de kofferbak.

Mocht ik honger krijgen…
Mijn overlevingsmodus zorgt er voor, sinds ik alleen ben, dat ik altijd iets te eten bij me heb. Daarom sjouw ik die avond, naast mijn koffer, ook twee kratjes met etenswaar naar mijn slaapkamer. Zoals krentenbrood, crackers, mandarijnen, appels, potjes jam, milky ways, spekjes en chips. En niet te vergeten mijn waterkoker, verlengsnoer, theeglas en theezakjes.
Als mijn koffer is uitgepakt, de toilettas op de badkamer staat en mijn laptop een plaatsje op de tafel heeft gevonden, ga ik de anderen opzoeken, benieuwd met wie ik de volgende dagen ga doorbrengen.
Even later zitten we met zijn vijven buiten op het terras onder de parasol, te genieten van een glas wijn, knabbels én elkaars verhalen. Dat de gesprekken voornamelijk over schrijven gaan zal geen verrassing zijn. Met een goed gevoel wensen we elkaar na afloop goedenacht.

Een goede start
De volgende ochtend ontbijten we gezamenlijk. De tafel is rijkelijk gedekt, we komen niets tekort. Het is een gezellige en lekkere start van de dag. Vol energie zitten wij hierna in de startblokken klaar om de doelen die we ons zelf hebben gesteld vorm te geven. Met hulp van de schrijfcoach. Maar ook met de hulp van de anderen. Want dat is zo mooi, iedereen helpt elkaar. Als je niet meer weet hoe je verder moet leg je het probleem op tafel waarna we het met z’n allen vanuit diverse oogpunten bekijken. Dat geeft vaak verrassende eye-openers.

Ritme
De dagen krijgen een ritme. 8.00 uur ontbijten, 9.00 uur de plannen voor de dag bespreken, 10.00 uur schrijven, 13.00 uur soep met brood bij Jolanda, 14.00 uur schrijven, 17.00 uur resultaat van de dag gezamenlijk bespreken, 18.00 uur optutten, 19.00 uur dineren, 22.00 uur afnokken, slapen. En dat alles iedere dag weer en elke dag samen!

We zullen doorgaan!
Door vijf dagen intensief samen te werken aan onze boeken ontstaat er een binding, een klik. Bij het afscheid nemen we ons dan ook stellig voor om contact te houden. We gaan thuis proberen het opgebouwde ritme vast te houden. Dat dat moeilijk zal zijn weten we, want er wacht ons thuis volle agenda’s, vele verplichtingen.
Na één week merk ik dat het nog steeds in me zit. Wel iets aangepast, schrijven staat nu niet meer op de eerste plaats, maar toch, ik probeer het. Vroeg opstaan, schrijven, ontbijten, werken, lunchen, werken, planning maken voor de volgende dag, eten, nadenken over het verloop van mijn boek, ontspannen, slapen.

‘Social media’
‘Samen’ is nu helaas weer ingeruild voor ‘alleen’. Maar zit ik ergens mee, kom ik niet vooruit, heb ik even een zetje in de goede richting nodig, kan ik altijd terugvallen op ons schrijfclubje. Via de groeps-app en via een besloten facebookpagina. Die zorgen ervoor dat ‘Samen’, al is het wel op afstand, niet verdwijnt.

Blij
De schrijfweek was fantastisch, ik heb zonder gestoord te worden, zonder verplichtingen te hebben naar thuis, kunnen schrijven. In de vele hoofdstukken die ik deze week op papier heb gezet beleven Marjanneke en haar gezin mooie, lieve, ondeugende gebeurtenissen. En in mijn hoofd én aantekeningen zit de rest. Hun voetsporen, eind 19e eeuw, beginnen steeds meer vorm te krijgen.

Dank je wel schrijfcoach!
Dit alles dankzij Jolanda Pikkaart. Zij stuurt je, geeft richting, laat je niet bungelen. Én dankzij de groep. Hun opbouwende opmerkingen geven mij energie.
Samen hebben we een top week gehad, samen hebben we mooie vriendschappen opgebouwd. En dat samenzijn smaakt naar meer.
Gelukkig heeft Jolanda voor volgend jaar meteen weer nieuwe schrijfvakanties op De Biezen in Aarle Rixtel ingepland. Ik kijk er nu al, samen met mijn schrijfmaatjes, naar uit. Jolanda bedankt voor deze super leerzame, gezellige, gastvrije, eetrijke, zonnige ontspannen week.
Tot de volgende keer! Schrijf ze!

Lieve groet,
Anneliese

Héérlijk die nazomer!

Cadeautje
We krijgen nog een paar zonnige warme dagen cadeau. En daar is eigenlijk niets raars aan. Zo herinner ik me onze periode in Wijchen, waar wij in de jaren 80 en 90 restaurants le Hibou en ’t Wichlant runden. Daar werd altijd in september recht voor onze restaurantdeuren de kermis opgebouwd. Een goede reden om met vakantie te gaan. En meestal hadden we dan schitterend weer.

Ze zijn er weer
Nu, 2018, loop ik bij mij, hier thuis in Siebengewald, de kas in om de vijgenboom te inspecteren, om te kijken hoe die het doet. Ik zie de eerste rijpe vijg. Yes!!! Mijn hart maakt een vreugdesprongetje.
Vijgen… ze komen eraan! Dat is zo genieten, heerlijk zijn ze, de geur alleen al!

Kleine plantjes worden groot…
Wat 20 jaar geleden begon als een heel klein plantje die wij, Theo en ik, behoedzaam in de toen nog lege kas plantten, is in die vele jaren uitgegroeid tot een fikse vijgenboom. Samen met de druiven en de grote laurier vullen zij de wanden van de grote kas.

Die eerste
Voorzichtig pluk ik de vijg en bewonder hem. Mooi groen, met van die lichte ribbels waaraan je kunt zien hoe rijp ie is, en een parmantig steeltje. En het mooiste van de vijg vind ik de onderkant, zijn kontje, vurig rood. Hoe roder hoe rijper. Ik krijg zin om er direct mijn tanden in te zetten maar beheers me. Nee, ik leg hem voor het keukenraam zodat ik er nog langer van kan genieten, meer voorpret voor ik hem verorber.

Kreta
Die vijg bezorgt me ook flashbacks. Mijn gedachten dwalen af naar Kreta, september 1986. Daar zag ik voor het eerst in mijn leven een boom vól met vijgen, langs de weg, gewoon voor de grijp. We konden het niet laten om er een paar op te eten.

Voelde alsof we een berg beklommen
Kreta… We zaten in een vakantiehuisje bovenop een heuvel. Elke dag begon met een wandeling naar beneden, dat viel nog mee. Maar terug naar ons huisje was het klauteren geblazen. Onze scheenbenen gingen er zeer van doen. ’s Avonds die heuvel weer op en neer lopen hadden we geen zin. Gelukkig stond er dicht bij het huisje een restaurant waar we vervolgens elke avond neerstreken, waar wij onze welverdiende centjes achterlieten.

Mama’s keuken
Moeder kookte voortreffelijk en zoonlief serveerde mama’s eten met een grote glimlach. Hij had een Nederlandse vriendin. Na een paar avonden vroeg het jonge stel ons mee uit, gezellig. Een uur later danste Theo samen met hen de sirtaki. Tja, met een glaasje wijn achter de kiezen kunnen we die allemaal dansen, toch?!

Om nooit te vergeten
Op de laatste avond vertelden wij de moeder dat we de volgende dag weer naar huis gingen. Haar reactie was hilarisch, vaak haal ik die nog aan.
Zij gooide haar armen de lucht in, draaide met haar ogen, sloeg een kruis en riep daarbij dramatisch de legendarische woorden; “Catastrofe, catastrofe…”

En de net geplukte vijgen uit mijn kas? Nou, die SMAKEN en RUIKEN ‘CATASTROFAAL’ lekker!

Geniet van de mooie dagen.
Lieve groet,
Anneliese

Het moment dat ik besloot een boek over oma te schrijven

De start van een nieuw boek.

Woensdag 11 november 2015, 16.00 uur, publiceer ik mijn eerste boek. Een gelukzalig gevoel overvalt me. Het is klaar, het gaat de grote wereld in. Maar ook een angstig gevoel overvalt me. Wat gaan de lezers zeggen, vinden ze het wel wat.
Als even later de positieve reacties binnenstromen weet ik dat ik er goed aan gedaan heb om alles over mijn rouwproces (tot dan toe) aan het papier toe te vertrouwen.

Woensdag 14 september 2016, 19.00 uur, zit ik in een restaurant, samen met vriendinnen uit Venlo. Iedereen heeft veel te vertellen, vakantie net achter de rug. Zo vertelt Toos over haar dagje Dordrecht. Ik reageer daar enthousiast op door te melden dat mijn oma daar is geboren. ‘In 1887, en de familie heeft daar een horecabedrijf gehad, en… en…’ Ik haper: ‘verder weet ik het niet, ze zijn weer terug gekomen naar Schaijk. Maar leuk hè, dat mijn oma daar is geboren.’ Hoe meer ik zeg, hoe dommer ik me voel. Niet dat iemand dat merkt, de gesprekken gaan heen en weer, iedereen vol van de voorbije zomer.

Woensdag 14 september 2016, 23.00 uur, zit ik achter het stuur van mijn auto, op weg naar huis, naar Siebengewald. Vanaf het moment dat ik tijdens het diner oma aanhaalde heeft zij me niet meer los gelaten.
Sinds het schrijven en publiceren van mijn eerste boek is het bij mij gaan kriebelen. Het smaakt naar meer waarbij ik direct één ding zeker wist, het volgende boek gaat niet weer over rouw, nee, dat wordt een stuk gezelliger!
Ineens valt het kwartje, ik ga over oma schrijven, over de periode dat ze in Dordrecht woonde. 40 kilometer en 30 minuten lang rij ik met een big smile op mijn gezicht naar huis. Terwijl ik de auto op de oprit parkeer neem ik me voor om de volgende ochtend mam te vragen wat zij zich nog kan herinneren van haar moeder, wat zij haar kinderen verteld heeft over die bewuste periode.
En ja, ik ga ook naar Dordrecht. Dan duik ik daar de archieven in en ga ik de voetstappen van mijn voorouders opzoeken.

Woensdag 16 november 2016, 13.00 uur, zit ik samen met mijn zus Corry in een zaal in het Regionaal Archief van Dordrecht. Een gil kan ik niet onderdrukken als we het bewijs vinden van het hotel waar ze gewoond hebben én van het café dat ze gerund hebben. ‘Zij’ zijn mijn overgrootouders Marjanneke en Joost de Kleijn en hun vier kinderen Kee, Tinus, Dorus en Betje (mijn oma).

Zaterdag 11 februari 2017, 11.00 uur, zit ik in de Openbare Bibliotheek in Amsterdam, op het event ‘Schrijf!’ Daar ontmoet ik schrijfcoach Jolanda Pikkaart. Intussen heb ik beseft dat het schrijven van mijn eerste boek, uit mijn eigen gevoel en herinneringen andere koek is dan het schrijven van een historische roman. Daar in Amsterdam besef ik, mede door alle workshops en gesprekken met aspirant-collega’s, dat wat hulp bij het schrijven van een nieuw boek niet verkeerd is.

Woensdag 18 januari 2018, 10.00 uur, zit ik thuis achter mijn computer, verstuur ik het éérste hoofdstuk van mijn toekomstig boek naar Jolanda. Met spanning wacht ik haar feedback af. Als die eind van de dag binnenkomt weet ik dat ik op de goede weg zit. Maar ook dat ik moet letten op ‘de lijdende vorm vermijden’, het perspectief vasthouden, de dialogen goed uitwerken, tegenwoordige tijd en verleden tijd niet door elkaar gooien… En zo nog meer van die opmerkingen. Ik leer snel heel wat bij!

Woensdag 30 mei 2018, 9.00 uur, zit ik thuis aan de ontbijttafel, bij te komen van het noodweer van de avond ervoor. Geen internet, geen telefoon, geen tv. Alles ligt plat, in heel Siebengewald. Paar dagen ervoor heb ik het 20 jarig bestaan gevierd van De Bourgondische Hoeve, waar ik helemaal vol van zat, het was ook een heerlijke dag. Maar het lijkt wel alsof ik door de bliksem, de spanning die om me heen knetterde, van de leg ben. Voorlopig geen ‘Marjanneke’…

Woensdag 5 september 2018, 08.00 uur, ben ik weer gaan schrijven aan mijn boek wat te lang heeft stil gelegen. Ik heb Marjanneke, de moeder van mijn oma Betje, weer opgezocht, in haar eerste woning in Dordrecht op Sluisweg 17. Zij neemt mij wederom mee terug in de tijd, naar 1884, het jaar waarin Marjanneke samen met haar kinderen voor het eerst voet aan wal zetten, op het eiland Dordrecht. Maar voordat ik het schrijven ga hervatten lees ik de eerste hoofdstukken terug. Meteen krijg ik de neiging om enkele regels aan te passen, maar daar moet ik nog mee wachten. Wel frappant, ik zit er meteen weer middenin. Hmm, niet verkeerd. Maak ik jullie nu nieuwsgierig?
Willen jullie ook een stukje meelezen?
Oké, een paar regels dan…

Maart 1884
De grote reis
Naast de oorverdovende herrie braakt de locomotief ook flinke stoomwolken uit. Met rode koontjes neemt Marjanneke samen met haar drie kinderen plaats in de treinwagon, dicht bij het raam. Betje, de jongste van het stel, zit bij Marjanneke op schoot en kijkt met grote ogen rond en klampt zich vast aan haar moeders jas. Langzaam komt het grote stalen monster, met schokkende bewegingen, op gang. Het ontsnappende stoom geeft als afscheid voor de achterblijvers een krachtig fluitconcert. Tussen de mensen op het perron staat ook familie van Joost, Marjannekes man, waar ze vannacht hebben gelogeerd. Marjanneke en de kinderen zwaaien net zo lang tot ze hen niet meer kunnen zien. De grote reis naar Dordrecht is nu echt begonnen. Een gevoel van spanning en vreugde giert door Marjannekes lichaam. Met haar vrije hand wrijft ze automatisch over haar buik. Ze slaakt een diepe zucht en maant zichzelf tot rust want ze moet ook rekening houden met de baby die op komst is.