Featured

Er was eens … (130 jaar geleden)

We noemen haar Elisabeth, Betje de Kleijn

27 oktober 1887 wordt in Dordrecht een meisje geboren, Elisabeth, dochter van Marjanneke en Joost de Kleijn-Klaassen. Zusje van Kee, Tinus en Dorus. Kind van een Oost-Brabants, Schaijk, gezin dat in 1884 naar Dordrecht verhuist. Op dat moment, tweede helft 19e eeuw, is in Nederland de Industriële Revolutie in volle gang. Veel mensen van het platteland vertrekken, om de armoede te ontvluchten, naar de grote steden, op zoek naar werk. Zo ook dit gezin.

Wat vind ik nu zo bijzonder aan hen zal je je afvragen. Nou, het zijn mijn overgrootouders, en dat meisje is mijn oma, haar roepnaam Betje.

Mooie stad Dordrecht

Altijd als de stad Dordrecht vernoemd wordt moet ik aan hen denken. Ik reageer ook altijd heel enthousiast met: ‘Mooie stad hè. Weet je dat mijn oma daar is geboren? Ze heeft er samen met haar ouders in horecabedrijven gewoond en gewerkt, eigenlijk net zoals ik dat nu doe. En, en …’ Tja, dan val ik stil, want meer weet ik niet.

Het zal een jaar geleden zijn dat ik met vriendinnen in een restaurant in Venlo zit. Eén van hen heeft Dordrecht bezocht. En ja, stante pede herhaal ik weer hetzelfde riedeltje. Op de terugweg naar huis bedenk ik me dat dit eens moet ophouden. Ik hier meer over wil weten. Het zijn verdikkeme mijn voorouders, het is mijn eigen geschiedenis. Achter het stuur van de auto besluit ik op onderzoek ga en dat ik er wellicht een boek over ga schrijven. Het is een jaar na het uitbrengen van mijn eerste boek en het begint te kriebelen: ik wil weer schrijven, alleen nu niet over rouw.

Op naar mijn moeder

Mijn moeder, net 91 jaar geworden, is mijn eerste aanspreekpunt. Wat kan zij mij vertellen over het leven van haar moeder, oma, opa, tante en ooms in Dordrecht? 35 jaar geleden heeft zij hier ook eens onderzoek naar gedaan in diverse archieven. Dat resulteerde in drie boeken over de geschiedenis van onze families. In die tijd vond ik dat niet zo interessant. Maar ja, je wordt ouder en tijden veranderen …

Met pen en papier in de aanslag zit ik bij haar op de bank. Haar boeken hebben we al doorgenomen maar over die 15 jaar in Dordrecht heeft ze niet veel geschreven. Ik hoop nu op overleveringsverhalen. Het resultaat valt jammer genoeg tegen. Mijn oma was erg jong, pas elf jaar, toen ze Dordrecht verlieten, de herinneringen die ze doorverteld heeft zijn summier. In die tijd liet men het verleden ook rusten. Later had ze het erg druk met het runnen van haar grote gezin, vooral na het vroege overlijden van opa, en ze was ook niet zo’n prater. Mijn moeder is het tiende kind in de lange rij van dertien. Haar oudste zus Marie had hier zeker meer over kunnen vertellen. ‘Maar’ zegt mam dan; ‘daarvoor moeten we naar de hemel’.

Archief in, archief uit

De ouders van oma, ofwel de grootouders van mijn moeder, zijn dus eind 19e eeuw naar Dordrecht vertrokken. ‘Waarom, wie waren ze, wat deden ze daar precies?’ Steeds meer vragen borrelen in me op. Antwoorden wil ik, en om die te vinden ga ik de hort op en kom zo terecht bij het Regionaal Archief van Dordrecht. Zoeken naar mijn Dordtse roots: op zoek naar Joost de Kleijn en Marjanneke Klaassen, op zoek naar het leven van mijn overgrootouders in, voor toen zeker, het verre Dordrecht. In die tijd ging je niet zomaar van A naar B. Er waren nog geen auto’s, er reed een enkele trein. Trekschuiten, stoomboten en paard met wagen waren toen de gangbare vervoersmogelijkheden. En je kon ook te voet gaan. De afstanden werden in die tijd ook aangegeven met: zoveel uur gaans. Ofwel, zoveel uur te lopen. Bij mij rijst dan direct de vraag op: hoe hebben zij die honderd kilometer overbrugd?

Hotel – Café – Koken – Recepten

Al zoekend in de archieven kom ik boterhandelaar Albers uit Grave tegen die in 1883 zijn boter/margarinefabriek verplaatst naar Dordrecht. Joost krijgt daar werk, al eerder voor ze definitief verhuizen. Van daaruit probeert hij de grote overtocht te regelen, een woning te vinden en een school voor de kinderen. Het gezin de Kleijn woont op diverse adressen in Dordt. Als eerste kom ik de Sluisweg tegen, en vervolgens de Geldelooze Pad, de Wijnstraat (Het Burgerhotel), de Cornelis de Wittstraat (Café de Ruwaard van Putten) en als laatste de Nieuwstraat. Hoe meer ik door mijn onderzoek te weten kom, hoe meer respect ik voor ze krijg. Een heel nieuw leven opbouwen in een voor hen onbekende stad, zoveel onzekerheid. Ze hadden wel lef! Ik krijg ook gaandeweg steeds meer een band met Marjanneke, mijn overgrootmoeder. Al is het alleen al door alle lekkere recepten!

Het boek komt eraan!

Zo heb ik bijna hun hele tijdlijn kunnen ontrafelen. En ik altijd denken dat zoiets alleen maar bij beroemde mensen kan. Ik ga proberen de 15 jaar die mijn overgrootouders en hun kinderen in Dordrecht doorbrachten, met woorden weer tot leven te brengen. Daarvoor ga ik nu hard aan het werk, samen met een vriendin die mijn teksten gaat redigeren en samen met een schrijfcoach die me ondersteund en achter mijn vodden gaat zitten. Mijn streven is om volgend jaar april-juni het boek te presenteren. De werktitel voor nu is: ‘Marjanneke, een stoer wijf’ , maar die kan nog wel tig keer veranderen…

Via mijn website (www.debourgondischehoeve.nl/blog) en facebookpagina’s (De Bourgondische Hoeve / Anneliese Vonk / Marjanneke, een stoer wijf) kan je zien hoe het boek zich ontwikkelt.

Gisteren, 27 oktober 2017, was dus de 130e geboortedag van mijn oma, een reden om hier even bij stil te staan.

Advertenties

7

 

7
Afgelopen week, donderdag 2 augustus, was het Theo’s sterfdag.
7 jaar geleden alweer.
Of ik wilde of niet, de film van toen werd wederom in mijn hoofd afgespeeld.
7 jaar verder, alleen.
Raar, als ik daar nu op terug kijk, kan ik me niet voorstellen dat er sindsdien 7 volle jaren zijn voorbij zijn, verdikkeme, 7 jaar!!!!
Onvoorstelbaar. De tijd gaat door, neemt je mee, je doet mee, of je wel of niet wil, alles gaat door…

7
Het getal 7 is een magisch, heilig getal, het brengt geluk zeggen ze.
Je kan het getal 7 aan nog veel meer feiten ophangen.
Zoals de 7 hoofdzonden, de 7 deugden, de 7 zeeën etc. etc.
Zo ook de Bijbelse uitdrukking: ‘na 7 magere jaren komen 7 vette jaren’.
Laatst haalde ik dit gezegde in een gesprek met iemand aan, ik vond dat het tij zich maar eens moest keren. Vanaf dat moment blijft dat door mijn hoofd malen. Want is dat wel zo? Waren die afgelopen 7 jaren wel zo ‘mager’?

65
Voordat Theo ziek werd hadden we onze toekomst anders voorgesteld. Dit jaar zou hij in april 65 kaarsjes uitblazen, met uiteraard een knalfeest. Plannen voor de ‘oude dag’ zouden we stapje voor stapje tot uitvoer brengen. Het ietsje rustiger aandoen. Het was altijd zo leuk om hier samen over te brainstormen, het liep ‘gewoon’ even anders.

7
Maar terugkomend op mijn vorige opmerking vraag ik me af: waren de afgelopen 7 jaar ‘mager’?
Ze waren eenzaam, dat zeker.
Maar mager mag/wil ik ze zeker niet noemen.
Ondanks het grote gemis voel ik me op een de een of andere manier zelfs ‘rijker’.
De kracht die Theo mij op zijn sterfbed meegaf, heeft mij namelijk de afgelopen 7 jaar kleur, vorm, mogelijkheden, kennis, nieuwe uitdagingen, durf en nog veel meer laten zien.
Ik heb in ieder geval alle nieuwe kansen met beide handen aangegrepen, velen mogen creëren, met een strijdvaardigheid, met een lef waar ik mezelf vaak nog over verbaas. Komt dit soms doordat ik altijd het gevoel heb dat Theo dicht bij mij is??? Ik ben door dit alles er zeker rijker in gevoel, realiteitszin uitgekomen.

3
Drie volle jaren zijn verstreken sinds ik de grote stap zette om samen met familie twee grote borden in de grond te planten, op beide hoeken van De Bourgondische Hoeve, waarop met koeienletters stond ‘TE KOOP’. In de tweeëneenhalf jaar erop gebeurde er niets…
Het laatste half jaar echter trekt de economie weer aan, wat te merken is aan de vele kijkers die ik vanaf begin 2018 hier mocht ontvangen. Er braken spannende tijden aan.

7
En nu, na 7 jaar, is er een kentering op komst. Het moment dat wat Theo en ik saampjes hebben opgebouwd, met daaraan mijn eigen laatste ‘twist’, los te laten. Met als logische gevolg het op zoek gaan naar een nieuwe woning.

7
En dat is raar mensen, om een ander huis te bezichtigen, in je eentje, voor één persoon, voor mij alleen. Bij elke stap die ik zette, voelde ik gelukkig Theo’s aanwezigheid. Ik denk, voel en adem nog steeds met hem in mijn gedachten. Met vooral zijn nuchtere kijk of iets functioneel is. Dus dat komt wel goed.
Ben benieuwd hoe de volgende 7 jaren gaan verlopen.
Het ‘Heilige Moeten’ denk/hoop ik dan achter me te kunnen laten.

7
En worden die 7 jaren erna dan die beloofde ‘vette’ jaren?
Ik denk van niet, ik ga ze gewoon de ‘rustige’ jaren noemen. Daar kijk ik namelijk ontzettend naar uit…

Lieve groet,
Anneliese

Zomer 1966

Hopla
“Kom eens hier.”
Mam bukt zich naar me toe, pakt me onder de oksels, en zet me met een zwaai bovenop de keukenstoel. In een reflex pak ik met mijn kleine handjes stevig de rand van het granieten aanrecht vast.
“Leuke hè?” hoor ik haar vrolijk zeggen.
Als ik naar rechts kijk zie ik mam stralend naar me kijken. We zijn nu bijna even groot! Bij mij breekt een voorzichtige glimlach door.
“Zo, nu kan je me mooi helpen met de rabarber.”
Voor ons, op het zwart-witte aanrecht, ligt een grote berg rabarberstelen. Het blad ervan heeft mam even daarvoor buiten al afgesneden, wat ik daarna in de kruiwagen mocht leggen. Met haar armen vol met rabarber, liep mam kort erna, naar binnen.

Dat lijkt wel bloed!
Mam pakt de eerste stengel van de stapel en trekt met een mesje in haar hand allemaal rode draden van de rabarberstelen. Het lijkt wel of die hierna gaan bloeden! Ondertussen staat de kraan boven de gootsteen open en stroomt de hele bak vol met koud water. De eerste steel valt met een plons hierin.
“Vertel eens,” zegt mam, “wil je me helpen of wil je liever snoepen?”
Nou, dat hoeft ze mij niet twee keer te vragen. Zij kent me en weet het antwoord al.

Oeps, dat is zuur…
In mijn rechterknuistje krijg ik de meest rode rabarberstengel gestopt. Voor me staat de suikerpot al klaar.
“Zo snoepkont, ga je gang.” Bij deze woorden krijg ik nog een aai over mijn bol. Terwijl ik vervolgens de stengel in de suiker doop, start mam met het wegwerken van die hele stapel.
Op het moment dat ik in de rabarber bijt, voel ik mijn neus prikkelen en springen de tranen in mijn ogen. Maar dapper kauw ik door en laat mam niks merken.
“Is het lekker?” Van opzij kijkt ze me lachend aan, wetend hoe zuur het is.
Heel stoer zeg ik: “Lekker hoor!”, en doop de steel nog maar eens flink in de suiker voor ik weer een grote hap pak.

Samen zingen
Snoepend van de rabarber, met héél véél suiker, zie ik de berg rabarber steeds kleiner worden. Daarna snijdt ze ze allen in kleine stukjes.
Ondertussen zingt mam een liedje over paddenstoelen en van een groot bos waar het donker is. Ik neurie mee…

Die goeie ouwe tijd
Tegelijkertijd vult de keuken zich met die typisch friszure geur. Een geur die vele herinneringen oproept. Rabarbertijd. Inmaaktijd. Zomer. Zomers die vroeger heel lang duurden, buiten in de tuin spelen, op het gras, samen met pap in de moestuin plantjes uitzetten, samen met mam bessen en knoezels plukken. Zomers die al heel lang voorbij zijn, zomers die in mijn gedachten steeds zoeter worden.
Ook jullie wens ik sweet dreams…

Lieve groet,
Anneliese

Twee zussen…

Emigreren
65 jaar geleden namen ze voor het eerst afscheid van elkaar, de zussen, de één 24 jaar oud en net getrouwd, de ander 27 en net moeder geworden. Beiden vol emoties, vol van het idee dat ze elkaar nooit meer zouden terugzien. Want wie met die grote boot de oceaan overstak, naar Canada emigreerde, die was voor altijd weg. Zo dachten ze toen.

Dag zus…
Het verdriet was groot. De tranen vloeiden veelvuldig.
“Dag Dora, pas goed op hè,” zegt Betsy met een trillende lip en een snik in haar stem.
“Natuurlijk, komt goed”, klinkt het krampachtig uit Dora’s mond.
Ze pakken elkaar een beetje onwennig beet, niet gewend om elkaar hun gevoelens te tonen. Met hun gezichten een beetje afgewend, elkaar niet willen laten zien hoe de tranen over hun wangen lopen, pakken ze beiden een zakdoek om even flink te snotteren.
We schrijven 1953.

Op bezoek
In de jaren erna hebben ze elkaar gelukkig regelmatig kunnen zien. Vooral de laatste jaren. In het begin was het namelijk flink aanpoten, een totaal nieuw leven opbouwen. Toen het echter met de zus en haar man in dat verre Canada steeds beter ging, konden ze met het vliegtuig overkomen naar Nederland. Wat een blijdschap bij de herenigingen!

65 jaar later
Nu in 2018, de één 89 jaar oud en de ander bijna 92, zien ze elkaar weer.
De één nog best vief, de ander ziek. Beiden wetend dat dit waarschijnlijk de laatste keer is dat ze elkaar in de ogen kunnen kijken. Twee hele weken hebben ze samen opgetrokken. ’s Morgens samen aan het ontbijt, kletsend over toen, over de familie, over hun jeugd. Alle fotoboeken zijn weer bekeken, alle foto’s zijn weer ontleed.
Dan is daar het afscheid, de taxi staat voor, de koffers worden door de chauffeur opgepakt. Voor de laatste keer geven ze elkaar een dikke zoen. Ze hebben gezegd wat er gezegd moest worden.

De geschiedenis herhaalt zich
En dan scheiden hun wegen wéér.
“Dag Dora, pas je goed op?” zegt Betsy met een trillende lip en een snik in haar stem.
“Natuurlijk, komt goed,” klinkt het krampachtig uit Dora’s mond.

Even later rijdt de auto de straat uit, op weg naar Schiphol, waar de reis verder gaat, naar het verre Canada.
Betsy trekt de voordeur achter zich dicht. Een voorzichtige glimlach breekt door op haar gezicht als ze terugdenkt aan Dora die, voordat ze de auto instapte, haar met de volgende woorden had toegeroepen: “Ik bel je als ik thuis ben!”
Ze kijkt nu al reikhalzend uit naar de volgende dag…

Lieve groet,
Anneliese

Herken je dat? Door één woord 30 jaar teruggeworpen in de tijd?

MAX-magazine
Het is woensdag, druilerig en somber weer. Na twee weken onafgebroken zon en hitte een verademing. De nieuwe MAX-magazine valt op de mat. Op de voorpagina de high-lights, zoals in ‘MIJN LEVEN’ een verhaal over topadvocaat Jan-Hein Kuijpers. Interessant! Ook een puzzelmarathon van wel vijf pagina’s. Snel blader ik door naar ‘Vraag het Myrna’. Ook nu sta ik weer verbaasd over hoe zij in simpele woorden zulk een wijs advies geeft op soms best wel moeilijke (vaak familiaire) vragen. Bij het doorbladeren kom ik uit bij de tv-gids en zie dat de ‘De Slimste Mens’ er weer aankomt.

Foto mét flashback
Op de allerlaatste bladzijde staat ‘Ingelijst’, een verhaal achter een foto. Ditmaal een foto van Tom Okker met Johan Cruijff. Ik lees de tekst erbij en zie dan staan: “Johan nam me mee uit eten bij het wereldberoemde restaurant Los Caracoles.”

September 1988, Barcelona, Restaurant Los Caracoles
Het is september 1988, Barcelona, broeierig warm. We zijn ’s middags met de trein vanuit Tarragona aangekomen in Barcelona, na een bezoek aan Theo’s peetouders, Ome Leo en Tante To.
Bij de receptie van het hotel vragen we waar we die avond authentiek Spaans kunnen eten. Enthousiast verwijzen ze ons naar een heel speciaal restaurant. Maar de vraag is of er nog plaats is voor ons tweetjes? Zij bellen meteen en hebben geluk, de reservering is een feit.
Paar uur later wandelen we, na eerst over de Las Ramblas gekuierd te hebben want die moet je tenslotte gezien hebben, richting restaurant. We duiken een soort achterbuurt in. De straten zijn er smaller, de mensen staan voor hun huis op straat, druk pratend met de buren. Spaanser kan het bijna niet. We verstaan er alleen geen klap van. Met het adres in ons hand wandelen we verder.

Karakteristieke voorgevel
De geur van ronddraaiende kippen aan het spit komt ons tientallen meters voor het restaurant al tegemoet. We worden even in verwarring gebracht. Is het een kip-restaurant? Maar we zijn op de juiste plek, op de ronde hoekgevel staat met sierlijke smeedijzeren letters duidelijk te lezen ‘Caracoles’. Die naam zien we ook weer terug op de Spaanse keramieken tegeltjes naast de voordeur met daarboven het jaartal 1835 in het brons. We zien de deur openzwaaien. Koks lopen heen en weer, kippen gaan van het spit, nieuwe er weer aan, het zijn er veel, in de gauwigheid zien we zeker 30 stuks. Bij het naar binnen lopen komen we in een totaal andere wereld terecht.

Ruiken, horen en zien…
Nu ik alles herbeleef, ruik ik weer de geur van toen, die van de gegrilde kippen, de knoflookwalm, het pittige van de pepers, de gerookte geur van de vele hammen die aan het plafond hangen.
Ik hoor ook gelijk weer het sissen van het dichtschroeien van het vlees op de gril, het geroezemoes van de vele gasten om ons heen, het geluid van servies, klinkende glazen, het gekletter van bestek.
En al die ingelijste foto’s waar de muren vol mee hangen. Ik zie ze weer voor me. Op de ene foto een nog grotere bekendheid dan de andere. De sfeer van dit historisch restaurant, die van 1835, waart nog rond, het is alsof we ver terug de tijd in zijn geslingerd. Alles ziet er zo authentiek uit. Theo en ik kijken elkaar blij aan, voor ons gevoel zijn we in het Walhalla terecht gekomen. De avond kan niet meer stuk.

Wirwar van lokalen
We melden ons aan de desk waar een ober ons meeneemt, langs de keuken en drankuitgifte op, richting ons tafeltje. Het is er een drukte van belang, we volgen de goeie man en we passeren het ene vertrek na het andere, allen gevuld zijn met vele gasten, we komen ogen en oren tekort. In de laatste zaal mogen we eindelijk plaatsnemen. Het is moeilijk om een keuze uit het grote menu te maken. Uiteraard bestellen we de slakken, de caracoles, één van hun specialiteiten, vergezeld met een fles wijn van het Spaanse wijnhuis Torres. De avond kan voor ons niet lang genoeg duren. Zoveel indrukken, zoveel heerlijke smaken, zoveel verschillende talen om ons heen…

Temperamentvol
Bij het afscheid krijgen we nog een gesigneerde menukaart van de eigenaar mee.
Niet veel later lopen we voldaan, hand in hand, terug naar het hotel. Onderweg passeren we twee vrouwen die elkaar schreeuwend met Spaans temperament de haren invliegen, letterlijk. Direct komen er mensen omheen te staan. Wij lopen snel door. Eenmaal in de hotelkamer aangekomen, horen wij door de openstaande ramen, enthousiast gitaarmuziek, afkomstig van Las Ramblas. Laatste nacht Spanje, morgen vliegen we terug naar Nederland.

Sweet memories
Juli 2018, Siebengewald, 30 jaar later. Je ziet maar weer dat herinneringen blijven. Slechts een foto, een woord, en hopla er is weer een nieuw verhaal geboren…
Ga je binnenkort toevallig naar Barcelona? Dan kan ik Restaurant Los Caracoles zeker aanbevelen. En als je daar gegeten hebt, ben ik natuurlijk erg benieuwd naar jouw verhaal. Alvast een kijkje nemen in dat restaurant? Kijk dan op hun website: http://loscaracoles.es/ of hun facebookpagina: Loscaracoles

Lieve groet, querido saludo,
Anneliese

Heb jij voor mij een recept? Want…

Jaar in, jaar uit
Facebook herinnert me vandaag aan een post van twee jaar geleden. Zo een waarop ik vol trots mijn laatste inmaak laat zien.
Meteen maar even checken wat toen in de potten verdween. Oké, weinig verschil met wat ik nu inmaak. Kersen, zwarte bessen, rode aalbessen, witte bessen, frambozen… Zo zie ik dat alles zich herhaalt, jaar in jaar uit.
Het enige verschil zit hem wel in de weersomstandigheden, daar is geen peil op te trekken. Wat dacht je van: nachtvorst, droogte, overvloedige regen, hagel… Er kan in de maanden ervoor heel wat gebeuren!

Die kelder moet vol
Zo kan je jaren achtereen goede fruitoogsten hebben. Dan ben je hartstikke druk met het inmaken en krijgen alle potten een plekje in de kelder die alsmaar voller en voller wordt. Je zou dan haast denken ‘genoeg is genoeg’. Maar zoals ooit een wijs man tegen me zei: “Ik blijf alles elk jaar inmaken want volgend jaar kan het zo maar zijn dat er niks aan de bomen hangt…”
Met dat in mijn achterhoofd ben ik ook nu weer druk doende. Niet alleen om de kelder gevuld te krijgen, maar natuurlijk ook mijn winkeltje. Met allerlei lekkers en met liefst speciale combinaties.

Alles is handwerk
Als ik nu naar rechts kijk, zie ik op de plavuizen vloer naast mij vijf volle dozen staan, gevuld met jam, zoetzuur, sap en rozemarijn-olijfolie. Al deze potten en flessen wachten nu op stickers zodat ik ze later een plekje in de winkel kan geven. Maar voor het zover is moet ik wel even mijn wiskundeknobbel aanzetten.
‘Waar is dat nu weer goed voor’ hoor ik jullie nu denken.
Nou, op zo’n sticker komt naast wat er inzit ook de voedingswaarden op staan. En daar moet ik altijd mijn rekenmodule op los laten. De uitkomsten invoeren op de computer, waarna ik de stickers uitprint om ze uiteindelijk op pot of fles te plakken. Vervolgens vrolijk ik die verder op met de ‘Opgeweckt Genieten’-stickers. Als laatste plak ik er dan nog een ‘tenminste houdbaar tot’ stickertje bij. Dat zijn best veel handelingen voor zoiets de winkel in verdwijnt. Maar ja, dan heb je ook wat!!!

Witte bessen? Zijn die lekker dan?
Afgelopen weekend zat ik gezellig met de buurt bij elkaar. De gespreksonderwerpen waren bijna voor de hand liggend. Eerst bijkletsen over het noodweer van een maand geleden, waarna de laatste nieuwtjes aan bod kwamen. Geleidelijk splitste de groep zich op. De meeste mannen bekommerden zich daarna vooral om de voetbalwedstrijd Brazilië – België. De meeste vrouwen over hun tuinen, het fruit, de oogsten. En uiteraard kregen we het ook over recepten. Een daarvan wil ik graag met jullie delen, gewoon omdat het resultaat zo heerlijk is. En omdat mensen vaak denken: ‘wat moet ik toch met die witte bessen?’ De witte bes is namelijk best onbekend en daardoor ook onbemind. ‘Zuur, klein, plakhanden, veel suiker nodig, ze zien er zo glazig uit..’, om maar even wat te noemen.

Voorbereiden
Oké, bessen plukken, ontdoen van steeltjes en blaadjes, wassen, met aanhangend vocht opzetten in een kookpan, even laten doorkoken, door een passe-vite (roerzeef) draaien, gepureerde massa opvangen en afwegen.
Verder heb je geleisuiker (1 : 2) en blaadjes van de citroenverbena nodig. Die laatste snij je heel fijn.

Komt ie, doen jullie mee?
Afhankelijk van de hoeveelheid witte bessenpuree weeg je de geleisuiker af. Je kookt de witte bessen weer op en voegt de geleisuiker, als de massa begint te koken, toe. Goed doorroeren zodat de suiker helemaal oplost. Als deze weer begint te koken vuur laag zetten om na één minuut de fijngesneden citroenverbena toe te voegen. Roer dit goed door en haal de pan van het vuur. De jam is klaar en kan nu de schoongemaakte potten in. Deksels er op, stevig aandraaien en de potten op z’n kop wegzetten, op een handdoek. Na een dikke vijf minuten mag je ze weer rechtop zetten. En dan moeten jullie wachten tot de jam is afgekoeld en opgestijfd. Daarna mogen jullie aanvallen. Ik ben benieuwd naar jullie potjes met witte aalbessenjam. Ik vind deze zo heerlijk, een zalfie zou Theo zeggen. Heel smeuïg, niet te zoet, fris van smaak door bes en citroenverbena, héééééél lekker…

Snoep ze, lieve groet,
Anneliese

 

Wat een kloothommel…

Een echt dierenparadijs
Terwijl ik het gras rondom de vijver maai, kijk ik om me heen. Naar alles wat fladdert, hupt, kruipt, zwemt. Het is een flinke beestenboel daar, een waar dierenparadijs.
Ik kijk tijdens het langs op rijden hoe het met het jacobskruiskruid gaat. Of ze al helemaal zijn opgevreten door de zebrarupsen. Nou, zo te zien scheelt het niet veel, bijna alleen maar kale takken sieren het pad.

Pas op!
In de hoogste versnelling draai ik, zittend op de grasmaaier, met een zwier het eilandje op. Automatisch zeggen mijn hersenen ‘pas op’. Door de familie is dat mij tenslotte keer op keer ingepeperd. ‘Pas op bij de waterkant, da’s gevaarlijk!’ Ze zijn bang dat als ik te kort langs de waterkant op rij zomaar de vijver indonder, met machine en al…

Afijn, ik rij het eilandje op en trap plots hard op de rem. Ik sta stil voor een vers gegraven gat, één dag eerder zat het daar nog niet. Welk beest zou hier nu weer debet aan zijn?

Flink veel vliegverkeer
Boven het gat zie ik van alles vliegen. Het zoemgeluid komt me tegemoet. Zijn het wespen? Nee, daar zijn ze te dik voor. Het zijn hommels! En waarom zitten ze in dat gat. Wie heeft dat gemaakt? De hommels? Ik schuif de takken van de blauwe korenbloem weg om het van dichtbij eens goed te bekijken. Terwijl ik dat zo bestudeer denk ik aan Sherlock Holmes. (zie mijn vorige blog!) Die hulplijn zal ik straks maar eens inschakelen.

Een verrassend gesprek
Vervolgens komt er een leerzaam en grappig dialoog op gang.
“Mag ik je even storen. Ik heb weer eens wat ontdekt. Een hommelnest, in de grond, bij de vijver!”
“Dat kan, dat komt vaker voor.”
“En het nest zit een groot uitgegraven gat. Hoe hebben ze dat gedaan?”
“Niet.”
“Wie dan?”
“Een das.”
“Wat zeg je me nou, een das? Een das hier bij mij op het terrein? Het moet niet gekker worden!”
“Annelies, je moest eens weten wat er ’s nachts allemaal bij jou buiten gebeurt, haha.”
“Maar wat doet een das nou hier op het terrein?”
“Die ‘schuupen rond’, vooral ’s nachts, op zoek naar eten. Die das gebruikt zijn neus en zijn instinct. Bij zo’n hommelnest aangekomen, wroet hij dat helemaal open, genietend van het hommelbroed én de honing. De hommels over hun toeren achterlatend.”
“Oké, een das, het zal wel. Die leven toch in een burcht? Is er hier dan één in de buurt?”
“Een? Er zijn er voor zover ik weet zelfs twee, één op de Flierayseweg en één bij de visvijver.”
“Joh, ik ben er stil van, ik leer weer veel van je!”

Na een korte pauze hervat ik ons gesprek.
“Het zijn trouwens kleine hommels. Ik zie ze vooral rondvliegen boven het gras waarin de bloeiende klaverplanten zitten.”
“Ja, dat zijn de harde werkers. Jammer voor ze dat er een das in buurt is…”
Hierna beëindig ik het gesprek.
“Bedankt voor alle info, enne, het ga je goed!”
“Ja, en als je weer iets tegenkomt kan je me altijd bellen. Doen hè? Groetjes.”

Wat een locatie!
Even daarna zit ik nog na te genieten van alle nieuwe informatie. Wat een mooie natuur heb ik hier toch om me heen. Ik hoef alleen maar mijn ogen en oren open te houden en genieten van wat ik zie…

En die das? Ik vind het wel een kloothommel, jullie ook?!?!

Lieve groet,
Anneliese.

24 juni, een speciale datum…

Zondag 24 juni 2018
Terwijl ik met de familie van Theo en die van mij bij elkaar zit en geniet van thee, koffie en appeltaart kwebbelen de broers, zus, zwagers en schoonzussen er lustig op los. Glimlachend bekijk ik dat tafereel, heerlijk om iedereen zo relaxed te zien. Ondanks dat 24 juni is, dat ik morgen pas jarig ben, voel ik me best jarig. Denkend aan deze datum dwalen mijn gedachten af naar andere ’24 juni-s’. Grappige, droevige, confronterende, toekomstgerichte en feestelijke. Die wil ik graag met jullie delen…

24 juni 1988
Het is vrijdagavond, 23 uur, we zijn net klaar met opruimen, koelkasten aangevuld, bestellijsten gemaakt. De laatste afwas van het restaurant is ook al weggewerkt en we gaan met een zucht zitten.
Theo een glas wijn aanreikend zeg ik peinzend tegen hem: “Nou jongen, morgen drie nul, t’is wat hè?!”
“Ja meissie, dat zou mooi zijn, 3-0!”
Terwijl ik het over mijn verjaardag had, zat Theo bij het voetbal.
De volgende dag, 25 juni 1988, werd Nederland Europees Kampioen (met 2-0) en ik 30 jaar oud…

24 juni 2011
We zitten beiden op de rand van een ziekenhuisbed te wachten op de internist. Hij zou ons de uitslag geven van alle onderzoeken. Theo was ziek. Hij had veel pijn en wilde beginnen aan de behandeling om daarna weer thuis aan de slag te kunnen. Maar de arts bracht ons het meest slechte scenario dat er we konden bedenken. Verslagen reden we even later terug naar huis. ’s Avonds in bed hoorden we de kerkklok 12 uur slaan. Heel verdrietig zei Theo dat hij geen cadeau voor me had gekocht.
“Ach jongen,” zei ik daarop, “Je ligt lekker naast me, in ons eigen bed, dat is voor nu voor mij het mooiste en grootste cadeau…”

24 juni 2015
Opkrabbelend van mijn rouw-burn-out belandde ik met pijnlijke benen in het Maasziekenhuis. In de maanden ervoor was ik reeds tot de conclusie gekomen dat de tijd rijp was om de Hoeve in de verkoop te zetten. Wachtend op de specialist doodde ik mijn tijd met het maken van notities over het nieuwe toekomstige huis. Hoe zag ik de keuken voor me, of de woonkamer? Met of zonder winkeltje? Met of zonder tuin…?
Eén uur later stuurde de arts mij met steunkousen, een vervroegd verjaardagscadeau zullen we maar zeggen, het ziekenhuis uit. Voor mij was een ding zeker: in het nieuwe huis moest ik zeker rekening houden met mijn ‘oude dag’!

24 juni 2016
Weer een jaar verder werden de plannen van 2015 omgezet in daden. Op deze bewuste dag stond de makelaar op de stoep, met twee grote borden onder zijn arm. Hierop stond met koeienletters stond: TE KOOP. Maar ook een super mooie foto van De Hoeve. Die mochten gezien worden! Voor mij voelden ze dan ook aan als een geschenk uit de hemel. De volgende dag werd door familie met ferme slagen, op iedere hoek aan de straatzijde, grote palen met daarop de chique borden, in de grond geslagen. Dat was een grote stap!

24 juni 2018
Ik knipper met mijn ogen en ben weer terug op mijn feestje, realiseer me dat ‘24 juni’ door de jaren heen voor mij toch wel een dag met vele gezichten is geworden. En nu gaan we genieten van deze dag. 2018 is voor mij een kroonjaar, straks mag ik 60 kaarsjes uitblazen! Het liefst wil ik alles wat door mijn hoofd flitste opschrijven maar daar is nu geen tijd voor. We gaan met z’n allen aan de mini-golf, in Schaijk, dichtbij de plek waar ik 60 jaar geleden ben geboren.

Als laatste wil ik met jullie nog één mooie herinnering, een muzikale, ophalen
Ik ga terug naar de beginjaren ’80, toen wij nog in Schaijk op de Lange Spruit woonden. Daar draaiden we toentertijd graag lp’s op onze pick-up. (CD en DVD bestonden nog niet)
Op onze beide verjaardagen werd altijd speciaal de lp ‘Simply the best’ van Lee Towers voor de dag gehaald. Dan legden wij die op de B-kant op de draaischijf, plaatsten dan vervolgens voorzichtig de naald op de vinylplaat voor het allerlaatste nummer. Uit de geluidsboxen hoorden we dan eerst dat typisch ietwat krassende geluid, wat dan overging in een zachte ruis. Even later schalde dan de stem van Lee Towers door de woonkamer, met deze woorden.

“There’s a special day for everyone.
That comes but once a year.
And for you, my love, that day of days is here.
So have a happy birthday baby.
May all your dreams come true…

Wil je hem helemaal horen? Klik dan op deze link: https://binged.it/2KaWH9g

Ik heb hem intussen alweer minstens acht keer gedraaid, gewoon via mijn telefoon. Natuurlijk voluit meegezongen, meegedeind, en dat in gedachten samen met Theo…

Lieve groet,
Anneliese